Fobie
Van Wikipedia
Een fobie (Grieks: φοβος, fobos = angst, vrees) is een psychische aandoening waarbij iemand, om doorgaans onduidelijke redenen, een ziekelijke angst ontwikkelt voor specifieke zaken of situaties. Deze angst staat niet in verhouding tot de reële bedreiging die van de situatie of het object uitgaat en de lijder is zich hiervan goed bewust. Niet alle angststoornissen worden fobieën genoemd. Als angst niet voor bepaalde zaken of situaties is, spreken we niet van een fobie, maar van een paniekstoornis of van gegeneraliseerde angst.
[bewerk] Classificatie
Fobieën zijn op te delen in soorten:
- enkelvoudig (ook wel specifieke fobie),
- meervoudig (meerdere fobieën veroorzaakt door één trauma),
- sociale fobie.
Ook kunnen fobieën worden onderverdeeld naar onderwerpsoort, zoals:
- dierenfobie,
- het natuurtype (onweer, water, natuurverschijnselen),
- het ziekte- en operatietype (naaldangst, verwondingsangst, bloedangst),
- het situationele type (hoogtevrees, pleinvrees, autorijangst, etc.).
Fobieën kunnen zich ontwikkelen door associatie met een (traumatische) ervaring. Als iemand bijvoorbeeld een auto-ongeluk meemaakt, kan een fobie voor autorijden ontstaan.
[bewerk] Diagnose
Artsen diagnosticeren of er bij de fobie sprake is van:
- hyperventilatie.
- paniekaanvallen.
- beperking in het functioneren en in de beleving van plezier of geluk.
- vermijdingsgedrag.
Vermijdingsgedrag is het ontlopen van situaties waarin de angst tot uiting zou kunnen komen. Vermijding kan op de lange termijn voor verergering zorgen. Dit gedrag houdt de fobie in stand.
Het centrale thema bij alle fobieën is: controle.
Zie ook Lijst van fobieën
[bewerk] Behandeling
Gedragstherapie is vaak een doeltreffende methode om op redelijk korte termijn te 'genezen' van een fobie. Gedragstherapie voor een fobie bestaat uit drie aanpakken, waarbij de behandeling telkens bestaat uit confrontatie:
- blootstellen (exposure),
- systematische desensitisatie,
- flooding.
Confrontatie met het onderwerp van de fobie gebeurt het best onder professionele begeleiding van een therapeut. De confrontatie met het angstwekkende object vermindert vaak de intensiteit van het angstgevoel (bijvoorbeeld door gewenning) en kan de angst zelfs doen verdwijnen. Het afbouwen van een emotionele lading of spanning heet desensitisatie'.
Bij cognitieve therapie zet de therapeut welgemikte vraagtekens bij de negatieve conclusies en aannames over het gevaar dat van het object van de fobie uitgaat. Door de dreiging in twijfel te trekken en onwaar te vinden, kan de angst oplossen.
Andere effectieve psychotherapeutische methodes zijn hypnotherapie, Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) en Emotional Freedom Techniques (EFT).
Vaak wordt medicatie voorgeschreven om de symptomen van angst te dempen, voornamelijk angstremmers (benzodiazepines) en anti-depressiva (SSRI's). Medicatie versnelt het anders kunnen denken over een fobie, maar vertraagt de uitwerking van techieken voor de vermindering van de emotie.