Klepspeling
Van Wikipedia
Klepspeling is de ruimte tussen de klepbediening en de kleppen.
Als de klepspeling niet te groot en niet te klein is, staat de klep lang genoeg open, wordt hij op tijd gesloten en heeft hij voldoende contact met de klepzetel.
Bij auto's zonder hydraulische klepstoters moet deze speling regelmatig gecontroleerd en bijgesteld worden. De fabrikant van de motor stelt een norm voor klepspeling.
De volgende problemen kunnen optreden bij een niet goed afgestelde klepspeling:
- Te grote klepspeling zorgt ervoor dat de klep te laat opengaat, waardoor er niet voldoende tijd is om de cylinder te vullen en te legen. Dit kan merkbaar zijn aan een tikkend geluid in het motorblok.
- Te kleine klepspeling zorgt ervoor dat de klep niet lang genoeg (of in extreme gevallen zelfs helemaal niet) in rusttoestand tegen de klepzitting komt. Hierdoor kan de hitte van de klep onvoldoende afgevoerd worden. Het risico hierbij is dat de klep verbrandt. Tijdens het rijden kan een te krappe klepspeling niet tot nauwelijks worden opgemerkt. Een te krappe klepspeling is dus het meest risicovolle aangezien dit ernstige schade kan opleveren.
De wijze waarop de klepspeling kan worden gemeten en bijgesteld is afhankelijk van de wijze waarom de kleppen worden bewogen. De volgende twee situaties komen in de praktijk het meest voor:
- Een nok van de nokkenas drukt rechtstreeks op de klepstoter en bedient via de klepstoter de klep. De ruimte tussen de nok en de klepstoter is de klepspeling. Op (of heel soms onder) de klepstoter zit een dun metalen plaatje waarvan de dikte heel precies bekend is. Als de klepspeling te groot of te klein wordt, kan dit plaatje vervangen worden door een dikker of dunner plaatje om de afwijking in de klepspeling te compenseren.
- De nok drukt (eventueel via een stoterstang) tegen de tuimelaar die op zijn beurt via het uiteinde van de klepsteel de klep bedient. De ruimte tussen de tuimelaar en de klepsteel is de klepspeling. Er bestaan verschillende manieren om de klepspeling te wijzigen, bijvoorbeeld door een boutje op het uiteinde van de tuimelaar.