Zefke Mols
Van Wikipedia
Anton Pieter Joseph Mols, genoemd Zefke (Sittard 11 juli 1874 - 15 september 1955) was een zwerver die in en rond Sittard bekendheid genoot.
Zefke was de tweede zoon van acht kinderen van Peter Joseph Mols (1844-1885) en Maria van de Velde (1850-1879). Zij stierf aan tuberculose (dat toentertijd 'tering' werd genoemd). Zefke kwam uit een geslacht van marskramers, een beroep dat alleen in de wintermaanden werd uitgeoefend. In de zomer trokken ze met het hele gezin naar Duitsland en dan werkten man, vrouw en kinderen in de steenfabrieken.
Tot zijn elfde jaar is Zefke, zoals in die tijd gebruikelijk was, in de wintermaanden naar school gegaan. Om zijn stiefmoeder, met wie hij een slechte relatie had, uit de weg te gaan, zocht hij de huiselijkheid bij de familie van zijn vriend Martin Marx. Toen hij vijftien werd, kreeg hij werk als leerling-sigarenmaker bij Arnolds in het nabijgelegen Wehr (Duitsland). Hij werkte daar samen met zijn vrienden Martin Marx en Pit Verhagen. In 1907 werd hij naar verschillende plaatsen in Duitsland uitgezonden om monstersigaren voor het bedrijf te maken en zodoende verkooporders te krijgen. Het was een reizend bestaan, dat voerde van logement tot logement. Toen in 1908 tijdens feestelijkheden in Karlsruhe een man vermoord werd, werd Zefke opgepakt, eindeloos verhoord en zonder bewijs veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Na bijna zeven jaar onschuldig te hebben gezeten, ging in november 1914 de celdeur voor hem open. De échte moordenaar was vanwege de Eerste Wereldoorlog opgeroepen voor militaire dienst. Hij ging liever de gevangenis in, dan te vechten aan het front en daarom heeft hij zich toen zelf bij de politie aangegeven.
Zo werd Zefke op vrije voeten gesteld. Als een geslagen man is hij een zwervend bestaan gaan leiden. Hij knapte karweitjes op voor boeren in ruil voor eten en onderdak. Hij zwierf tot in Frankrijk. In 1924 kwam hij in de regio Limburg terug. Hij verbleef toen in Vlodrop. In 1925 werd hij wegens landloperij veroordeeld en naar het Drentse Veenhuizen gestuurd Dit was een werkkamp voor bedelaars en zwervers.
In 1928 kwam hij weer in Sittard terecht en vond hij logement bij Laumen. In 1929 kon hij verblijven in de schuur van Martin Marx, gelegen op de hoek Misboekstraat-Walstraat. Het was de schuur waar Martins paarden en wagen stonden, die hij als vrachtrijder nodig had. Toen Marx ging verhuizen naar de Paardenstraat mocht hij daar in de schuur gaan wonen. In overleg met de toenmalige gemeentesecretaris werd vastgelegd, dat Zefke tot aan zijn dood, ook bij overlijden van Martin Marx, over de schuur kon blijven beschikken.
De buurtbewoners, waar hij dag in dag uit op kon rekenen, zorgden voor eten, en hij kreeg regelmatig een kop koffie. Contact met zijn omgeving had hij verder nauwelijks. Hij sprak alleen met mensen die hij zeer goed kende. Het maatschappelijk werk voorzag de familie Marx in de middelen om Zefke te verzorgen. In 1947 kreeg Harrie Marx de gemeente zover elektrisch licht in de schuur aan te leggen.
Opvallend was zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was hij niet bang voor de Duitsers, terwijl iedereen bang was. Zefke schijnt zich nauwelijks iets van de bezetters te hebben aangetrokken. De avondklok telde voor hem niet. Ook tijdens de 'granatentijd' van oktober 1944 tot januari 1945, was hij met geen stok te bewegen zijn schuur te verlaten en in een schuilkelder een veilig onderkomen te zoeken.
Veel Sittardenaren stopten Zefke wat toe tijdens zijn wandelingen door de stad: sigaren, worst of andere etenswaren. Zefke was van Sittard. Het leek of er iets van hem uitstraalde dat respect afdwong. Slapen deed Zefke Mols aan de wal, vooral aan het stuk dat bekend stond als de Schiefbaan: aan de voet van een oude kastanjeboom onder de vrije hemel. Wassen gebeurde aan de oude waterpomp op de markt.
Toen Zefke Mols in september 1955 dood werd gevonden - in zijn slaap overleden op 81-jarige leeftijd, ging er een schok door Sittard. Tijdens de begrafenisplechtigheid begeleidde een lange stoet het stoffelijk overschot van de dodenkapel van het ziekenhuis naar de kerk. De plechtige requiemmis werd opgedragen door kapelaan Meertens. Een krans van de buurt was op de kist gelegd. Zefke had na zijn vijfenzestigste levensjaar nooit zijn AOW afgehaald, maar de gemeente had het geld opgespaard. Zo is Zefke van zijn eigen geld vorstelijk begraven.
In Sittard staat aan de wal een standbeeld van Zefke Mols, een schepping van Gène Eggen. Jo Erens, de beroemde Sittardse troubadour, schreef het lied "Auwt Zefke Mols", en ook het Sittardse inloophuis voor dak- en thuislozen bieZefke [1] is naar Zefke genoemd.