Boudewijn I van Constantinopel
Van Wikipedia
1171- 1205? | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|
Graaf van Vlaanderen | ||||||
|
||||||
Graaf van Henegouwen | ||||||
|
||||||
Keizer van het Latijns Keizerrijk | ||||||
|
||||||
|
Boudewijn (° Valenciennes juli 1172 - spoorloos verdwenen in 1205) was als Boudewijn IX graaf van Vlaanderen van 1194 tot 1205, als Boudewijn VI graaf van Henegouwen van 1195 tot 1205, en als Boudewijn I keizer van het Latijns Keizerrijk van Constantinopel van 1204 tot 1205.
[bewerk] Familie
Hij was de oudste zoon van graaf Boudewijn V van Henegouwen en van Margaretha I van de Elzas, zus en erfgename van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen. Hij trouwde in 1186 met Maria van Champagne. Bij de dood van zijn moeder (15 november 1194) werd hij graaf van Vlaanderen en na het overlijden van zijn vader (17 december 1195) erfde hij ook het graafschap Henegouwen. Aldus waren beide graafschappen weer voor het eerst verenigd sinds Robrecht de Fries zijn voorganger Arnulf III had verslagen.
[bewerk] Bewind
De eerste jaren van zijn bewind verliepen in een aanhoudende strijd met zijn leenheer, de Franse koning Filips August, die enkele jaren voordien (1191) de hand had gelegd op het zuidelijke deel van Vlaanderen (Artois). Boudewijn zocht vooral steun bij de Rooms-Duitse Hendrik VI en de Engelse koning Richard Leeuwenhart. Bij de Vrede van Péronne (1199) werd Filips August verplicht een deel van Zuid-Vlaanderen te restitueren. Nog in hetzelfde jaar legden Boudewijn en zijn echtgenote in de St.-Donatuskerk te Brugge de kruisvaartgelofte af: zodoende verliet hij op 14 april 1202 zijn graafschap om zich aan te sluiten bij de Vierde Kruistocht (1202-1204), die onder impuls van Venetië niet het Heilig Land, maar Constantinopel als doel had. Tijdens zijn afwezigheid nam zijn echtgenote Maria van Champagne het regentschap in Vlaanderen en Henegouwen waar.
Nadat de kruisvaarders Constantinopel ingenomen en de legitieme keizer Alexius V verdreven hadden, werd Boudewijn op 9 mei 1204 tot eerste Latijnse keizer van Constantinopel uitgeroepen en op 16 mei in de Agia Sophia gekroond. Met paus Innocentius III spande hij samen om een eind te maken aan het Groot Schisma. Veel kon Boudewijn als keizer niet realiseren, want reeds in april van het volgende jaar viel hij in handen van de Bulgaren. Sindsdien werd nooit meer een spoor van hem teruggevonden, zodat de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen in handen kwamen van zijn minderjarige dochter Johanna. Zijn vrouw, die hem was achterna gereisd, overleed onderweg te Akko (voorjaar 1204). In Constantinopel werd hij opgevolgd door zijn broer Hendrik.
Volgens de lokale folkore in Veliko Tarnovo, hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Koninkrijk, werd Boudewijn gevangen gezet in een toren in de muur van de vesting Tsarevets. Dit torentje is nog altijd (in herstelde staat) te zien en wordt lokaal Boudewijns Toren genoemde. Alberic van Troisfontaines verhaalt voorts dat Boudewijn de avances van een Bulgaarse koningin afsloeg, die hem prompt van poging tot verkrachting beschuldigde en hem liet executeren. Zijn lichaam zou de Bulgaarse vorst Joannitsa in stukken laten hakken en aan de honden voederen. De honden zouden echter zijn lichaam weigeren te eten. Twintig jaar later verscheen er in Vlaanderen een kluizenaar ten tonele die beweerde de verloren gewaande Boudewijn te zijn. Ondanks dat hij erin slaagde enige volgelingen om zich heen te verzamelen, werd de man als bedrieger terechtgesteld.
In 2005 werd hij genomineerd voor de titel van De Grootste Belg. Hij eindigde echter buiten de nominatielijst op nr. 197.