Geschiedenis van Ierland
Van Wikipedia
Er zijn niet veel landen in West-Europa waar de geschiedenis zo tastbaar aanwezig is als op het Ierse eiland. Het land is bezaaid met ruïnes en gedenktekens. De eeuwenlange strijd tussen de oorspronkelijke Keltische inwoners (overigens ooit ook kolonisten} en de groepen die later kwamen, Noormannen, Anglo-Normandiërs en voornamelijk Schotse protestanten heeft diepe sporen nagelaten. Het bestaan van twee aparte landen op het eiland kan alleen uit die strijd begrepen worden.
Inhoud |
[bewerk] De Prehistorie
Geschiedenis van de Britse eilanden |
..Naar chronologie
|
..Naar (ei)land
Eilanden
Eilandengroepen
|
..Naar onderwerp
|
..Naar overzeese gebieden
|
..Naar voormalige koloniën
|
De eerste menselijke bewoning van Ierland dateert van na de laatste ijstijd. Destijds waren Groot-Brittannië en Ierland nog verbonden aan het Europese vasteland. Na het smelten van het vele ijs steeg de waterspiegel en werd Ierland een eiland. Vooral vanuit Engeland kwamen nieuwe bewoners - per boot - naar het eiland. De oudste archeologische vondsten zijn een prehistorisch fort en een kamp bij Mount Sandel.
Vanuit het Middellandse-Zeegebied ontstonden volksverhuizingen die zich langzamerhand in westelijke richting uitbreidden om meer vruchtbare grond te zoeken. Rond 3000 v. Chr. bereikten de eerste Neolithische bevolkingsgroepen Ierland.
De Bronstijd begon in Ierland rond 2000 v. Chr. De eerste metalen voorwerpen waren nog van goud en koper, maar al snel leerde men brons te maken van een legering van koper en tin. Veel bronzen voorwerpen werden door heel Europa vanuit Ierland verspreid. Een nieuwe bevolkingsgroep arriveerde in Ierland: het klokbekervolk, genoemd naar de vorm van de bekers die ze maakten. Ze deden aan mijnbouw en brachten nieuwe religieuze gebruiken mee.
[bewerk] De Kelten
Ondertussen was op het Europese vasteland het IJzeren tijdperk al begonnen en met superieure ijzeren wapens veroverden de Kelten al snel een groot deel van Europa. Vanaf ca 800 v. Chr. kwamen geleidelijk de eerste uit Spanje, Frankrijk en Zuid-Duitsland afkomstige Kelten (of Gaels) Ierland binnen. Tussen 100 v. Chr. en 100 na Chr. nam hun aantal flink toe. Ze hadden ijzeren wapens en paarden en wisten o.a. daardoor de oorspronkelijke bevolking met weinig moeite aan zich te onderwerpen. In korte tijd veroverden de Kelten het hele land. Er zijn veel legenden over de Kelten en de Ieren zijn nog steeds trots op hun Keltische oorsprong. De Kelten spraken een Indo-Europese taal, de basis voor het Iers of Gaelisch.
De Kelten leefden volgens het clansysteem in kleine ‘koninkrijkjes’. Deze volken sloten zich rond het begin van onze jaartelling in los-vaste verbanden aaneen. Het Keltische volk was verdeeld in drie klassen, de vrijen (krijgers), de onvrijen of áes dána (o.a. druïden, muzikanten (en dichters) en slaven.
Daar staat tegenover dat er een overvloed aan sages is die in deze tijd gesitueerd zijn. De Táin, in het Iers Táin Bó Cuailnge, is te zien als de Ierse variant van de Ilias. Het verhaal over de legendarische strijder Cú Chullain maakt in ieder geval duidelijk dat het centrum van de Ierse cultuur in deze periode lag in de provincies Ulster en Connaught. De belangrijkste plaats, Tara, lag in Leinster.
Het land was opgedeeld in vele kleine koninkrijkjes, de tuatha. Daarboven waren nog hogere koningen, maar er was nimmer sprake van één koning over heel Ierland.
[bewerk] Het vroege christendom "Golden Age" (400-795)
Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk drongen Germaanse stammen stammen Groot-Brittannië binnen. Ierland kreeg te maken met een toevloed van Keltisch-christelijke vluchtelingen. In 430 zond de paus de eerste christelijke missionaris, genaamd Palladius, naar Ierland. Zijn opvolger was de legendarische heilige Patricius of Saint Patrick. St. Patrick werd bisschop van Ierland en zou later als gevolg van het vele zendingswerk dat hij verrichtte, uitgroeien tot de nationale heilige van het land.
St. Patrick introduceerde de bisschoppelijke kerkhiërarchie in Ierland, waarbij de bisschop de belangrijkste kerkelijke functie bekleedde. Daarnaast stichtte hij vele kloosters en dat werden er zoveel dat de macht langzamerhand van de bisschop naar de kloosters verschoof. Kloosters werden de belangrijkste centra van geloof en opvoeding en er ontstond een uniek Iers systeem waarin monniken de macht hadden over de kerk. Steden in de moderne zin van het woord waren er in die tijd nauwelijks. De kloosters waren ook een opleidingsplaats voor de vele Ierse missionarissen die een grote bijdrage hebben geleverd aan de verbreiding van het Christendom in West-Europa. St. Patrick's Day (17 maart) is nu de nationale feestdag van Ierland. De klaver met drie bladeren (de Shamrock), aan de hand waarvan hij het mysterie van de Goddelijke Drie-eenheid heeft uitgelegd, is een van de nationale symbolen van Ierland. In de 5e eeuw werden de eerste Ierse documenten geschreven door St. Patrick. Door het werk van St. Patrick werd Ierland tot een bolwerk van de Latijns-christelijke beschaving. Ierland ontwikkelde zich tot een 'eiland van heiligen en geleerden'.
Uit deze kloostertijd dateren ook een aantal zeer fraaie Evangeliehandschriften. De bekendste daarvan het Book of Kells is te zien in Trinity College in Dublin. De kloosters waren ook een opleidingsplaats voor de vele Ierse missionarissen die een grote bijdrage hebben geleverd aan de verbreiding van het christendom in West-Europa. De bekendste van die monnik-missionarissen zijn Sint-Brandaan en Sint-Columba. Die laatste is bekend als de eerste missionaris van Schotland.
Na de snelle verspreiding van het christendom en de stichting van de vele kloosters in Ierland en zelfs daarbuiten, brak een rustige periode aan van voorspoed die ook wel het Gouden Tijdperk wordt genoemd. De Ieren waren redelijk welvarend en het land was sinds het Stenen Tijdperk niet meer binnengevallen of geplunderd. Door de problemen op het vasteland van Europa (o.a. de volksverhuizing) vluchtten vele geleerden en kloosterordes naar Ierland, waardoor kunsten en wetenschap opbloeiden. De kunst van het schrijven en het illustreren bereikte een zeer hoog niveau. Doordat vanaf dat moment meer op schrift is gesteld, weten we vanaf deze tijd meer over de geschiedenis van Ierland.
Tegen het einde van de 8e eeuw was Ierland verenigd in taal, cultuur, religie en wetten. Toch was het land nog steeds verdeeld in vele kleine koninkrijken. Tijdens het Gouden Tijdperk waren er weinig conflicten tussen de verschillende koninkrijkjes. Er was een machtsevenwicht. Niet één van de machthebbers was in staat heel Ierland te overheersen of te verdedigen.
[bewerk] Het Vikingtijdperk 795-900
Aan de betrekkelijke rust en voorspoed van de Golden Age kwam een einde door de invallen van de Vikingen. Het Viking Tijdperk brak aan met de eerste invallen van Noorse schepen op het eiland Lambay (voor de kust van Dublin) rond het jaar 795. De volgende 40 jaar werden vrijwel alle kloosters langs de kust van Ierland geplunderd en vernield, maar de invallen bleven aanvankelijk beperkt tot de kuststreken. De kloosterlingen voelden zich bedreigd door deze Vikingen en bouwden bij de kloosters hoge torens met een ingang die ver boven de grond lag. De torens werden gebruikt als klokkentoren en als uitkijkpost.
In 837 arriveerden grote konvooien Noorse schepen en de Vikingen richtten permanente woonplaatsen in en handelsposten. Vanuit deze uitvalsposten werden nu ook die delen van Ierland geplunderd die tot dan gevrijwaard waren. Over de rivieren en meren drongen ze diep Ierland binnen. De Vikingen waren de oprichters van de eerste steden in Ierland. Begonnen als handelshavens, kregen ze al gauw een grote invloed op de Ierse economie. Handel werd steeds belangrijker en voor het eerst werd er geld gebruikt in Ierland. Dublin werd de rijkste stad van de Vikingen en een belangrijk handelscentrum. In 870 maakte Olaf de Witte, een Noorse legerleider, van Dublin de hoofdstad van zijn kolonie.
[bewerk] Hoge Koningen 900-1155
Na verloop van tijd vermengden de Vikingen zich met de Ierse bevolking en waren ze even Iers als de Kelten. Ierland was op dat moment verdeeld in 7 provincies (Munster, Leinster, Connacht, Meath, Ailech, Airgialla en Ulaid) en in ongeveer 100 tot 200 kleine koninkrijkjes die nogal in grootte en macht verschilden. Het land bereikte een soort van eenheid onder een 'Hoge Koning' (High King) of de Ard Ri die theoretisch de macht had over de andere provinciale koningen. Er was sprake van steeds wisselende coalities tussen inheemse koningen en Vikingen. In 1002 zag koning Brian Boru, koning van Munster, zijn kans schoon om als 'opperkoning' over bijna het hele (ei)land te heersen. In tegenstelling tot zijn voorgangers was hij een politiek opperhoofd die leek op de feodale koningen zoals die zich op het Europese vasteland begonnen te manifesteren. Hij bouwde scholen, wegen en bruggen en zorgde voor een rechtspraak.
In de slag bij Clontarf in 1014 versloeg koning Brian Boru de Vikingen. Brian Boru kwam in deze slag zelf om het leven. Deze slag maakte een einde aan de invloed van de Vikingen maar het wegvallen van koning Brian Boru had tot gevolg dat het land steeds meer verdeeld raakte en ten prooi viel aan onderlinge twisten. De provinciale koningen twistten om het hoge koningschap en bestreden elkaar uit vrees hun macht te verliezen.
Paus Gregorius VII zette een hervorming in gang. Dit hield de stichting van aartsbisdommen in, waaraan de Ierse kloosters, die tot dan toe een grote mate van zelfstandigheid hadden genoten, zich moesten onderwerpen. In 1152 kreeg de Ierse kerk tijdens de synode in het Schotse Kells haar eerste constitutie. Het eiland werd verdeeld in vier bisdommen De aartsbisschop van Armagh werd de primaat. Deze situatie duurt voort tot op de dag van vandaag.
In 1155 droeg Paus Adrianus IV, de enige Engelse paus ooit, tot verbijstering van de bevolking, het oppergezag in Ierland over aan Koning Hendrik II van Engeland. Volgens deze pauselijke bul was de Engelse koning voor Ierland de plaatsvervanger van de paus (“Lord of Ireland”).
[bewerk] De Reformatie
In Ierland had de Katholieke kerk tot op zekere hoogte gehoor gegeven aan de roep tot hervorming die aan het eind van de Middeleeuwen overal in Europa te horen was. Toen in Engeland de Anglicaanse Kerk ontstond gaf dit in het katholieke Ierland aanleiding tot twisten en verdeeldheid. Hendrik VIII wist echter de Ierse adel aan zich te binden en zo kreeg Engeland de vrije hand de anglicaanse religie hier als staatsgodsdienst in te voeren. Maar daarmee waren de onenigheden nog lang niet afgelopen. Regelmatig braken opstanden uit en men trachtte met Spaanse hulp de onafhankelijkheid te verkrijgen.
Nadat Strafford gepoogd had Ierland tot een wingewest voor Karel I te maken volgde een opstand en werden vele Engelse protestanten omgebracht, die zich als Engelse en Schotse kolonisten hier in zg. 'plantations' gevestigd hadden. De Ieren zouden daar zwaar voor boeten. Olivier Cromwell herstelde hardhandig het gezag (slag bij Drogheda, 1649) en grote gebieden gingen opnieuw in Engelse handen over.
De val van Cromwell bracht in Engeland Karel II terug op de troon. Die wilde de katholieken wel ruimte geven, maar zij dienden dan wel te erkennen dat de Paus niet het recht had een koning af te zetten. Zo'n erkenning bleef echter uit, hetgeen voor Karel aanleiding was op te treden tegen de leiding van de Katholieke Kerk. De aartsbisschop van Armagh, Olivier Plunkett werd gevangen genomen en in 1681 op gruwelijke wijze ter dood gebracht.
Na zijn dood werd Karel opgevolgd door Jacobus II. Deze was zelf katholiek, pro-Ierland en stelde katholieke Ieren aan op hoge posten, wat in het protestantse Ulster tot grote wrevel leidde.
[bewerk] Willem III
In 1688 viel Willem III van Oranje-Nassau in naam van zijn vrouw Maria Stuart Engeland binnen met zijn grotendeels Nederlandse troepen en verdreef zijn schoonvader Jacobus II uit Engeland. Willem vond in Ulster steun terwijl Jacobus II van het Ierse parlement steun kreeg en een Iers-Frans leger tegen Willem verzamelde. Willems overwinning in de slag aan de Boyne (1690) en de inname van Limerick (1691) brachten Ierland volledig in de Engelse greep. De slag, opnieuw bij Drogheda aan de Boyne, duurde maar liefst veertien dagen. Willems Nederlandse bevelhebber verleende heel schappelijke termen aan de Ieren bij het Verdrag van Limerick van 1691 waarbij zij zich overgaven. Achteraf werden deze, vooral door toedoen van de protestanten die wraak wilden voor de gebeurtenissen van 1641, vrijwel geheel teruggedraaid.
Deze oorlog heeft meer dan drie eeuwen geleden plaatsgevonden, maar in de geschiedenisboekjes kan hij wellicht nimmer afgesloten worden omdat er nog steeds slachtoffers vallen in de strubbelingen in Noord-Ierland die een rechtstreeks gevolg zijn van de slag aan de Boyne. Op de plaats zelf staat nu een obelisk.
[bewerk] Eigendom van het land
De Ierse maatschappij bestond in de 19e eeuw uit een kleine, protestantse, bovenlaag en een grote katholieke onderlaag. Er was nauwelijks een middenklasse. De leefomstandigheden van de onderklasse waren zeer slecht. In Dublin, na Londen de tweede stad van het Britse Rijk, was het niet ongewoon om met dertig tot veertig mensen een huis te delen.
Op het platteland waren de omstandigheden zo mogelijk nog slechter. De bevolking van Ierland was in de eerste jaren van de 19e eeuw explosief gegroeid. Het land was grotendeels eigendom van protestantse edelen, die vaak zelf in Engeland woonden. Hun voornaamste belang was een zo groot mogelijke opbrengst. Dat leidde tot een toename van de graanteelt, voornamelijk voor export naar Engeland.
De landarbeiders en kleine boeren teelden daarnaast voor eigen gebruik aardappelen. Naar schatting tweederde van de bevolking was in 1841 voor zijn dagelijkse voeding primair aangewezen op de landbouw, en dan met name op de aardappel.
In 1845 mislukte de aardappeloogst grotendeels vanwege een tot dan toe onbekende ziekte, de aardappelmoeheid. Het jaar daarop mislukte de oogst volledig. Omdat de plattelandsbevolking nauwelijks alternatieven had, leidde dit tot een zeer ernstige hongersnood. In 1847 viel de oogst mee, met als gevolg dat voor het volgende jaar weer meer aardappelen gepoot werden. Toen in 1848 de oogst wederom compleet verloren ging was het drama compleet.
De precieze omvang van deze ramp, in Ierland aangeduid als the Great Famine is moeilijk vast te stellen. Naar schatting had Ierland in 1840 ongeveer 8 miljoen inwoners. In 1850 werd het inwonertal geschat op 6 miljoen. Het verschil zou voor de helft veroorzaakt zijn door sterfte, en voor de andere helft door massale emigratie.
De hongersnood was een extra impuls voor het streven naar een gelijkere verdeling van het land. Voor veel Ieren was het 'landvraagstuk' van veel meer belang dan zelfbestuur of onafhankelijkheid.
In 1850 leidde dat tot de oprichting van een vereniging van pachters, Tenant Right Leaugue. Daarmee begon een periode die in het Engels wordt aangeduid als de 'land war'.
[bewerk] Paasopstand
Na het unie-verdrag van 1800 ontstond in de 19e eeuw een streven naar zelfbestuur (Home-rule). Grote leider van deze groep was Charles Stewart Parnell. Tot twee keer toe werd een wet voor zelfbestuur aangenomen door het Lagerhuis in Londen, maar beide keren sneuvelde het voorstel in het Hogerhuis. De dood van Parnell in 1891 beroofde de Ierse Partij van een krachtig leider, het perspectief op een eigen parlement in Dublin leek daarmee te verdwijnen.
Het gebrek aan politiek perspectief leidde tot een opbloei van de eigen cultuur. Een groep schrijvers rond W.B. Yeats en Lady Gregory zochten en vonden hun inspiratie in de oude Keltische mystiek. De Gaelic League werd gesticht mede met als doel de eigen Ierse taal Iers te ondersteunen. Door het hele land werden nationale scholen opgericht waar Iers een verplicht vak werd. Op sportgebied werd de GAA, de Gaelic Athletic Association, opgericht die zich richtte op 'klassieke' Ierse sporten als Iers voetbal en Hurling.
Dit nieuwe nationalisme, vooral gegrond op de Ierse eigenheid, zorgde ook voor een opleving van de radicale stroming in de politiek. Sinn Féin werd in deze periode opgericht, maar was oorspronkelijk nog geen republikeinse partij.
Toch blijft de Ierse Partij de dominerende kracht. Als in Engeland in 1910 de liberalen aan het bewind komen met steun van de Ierse Partij lijkt zelfbestuur opeens toch binnen handbereik, Door een wijziging in de verhouding tussen Lagerhuis en Hogerhuis kan het Hogerhuis zelfbestuur niet langer blokkeren, alleen nog vertragen.
In 1912 wordt een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur krijgt. Die wet leidt tot groot verzet in de provincie Ulster, verzet dat overigens wordt geleid door een Dubliner en in Engeland van harte ondersteund wordt door de Conservatieve Partij. In het vooruitzicht van de naderende wereldoorlog durft de Liberale Partij de protestanten in Ulster niet voor het blok te zetten. De Ierse partij moet lijdzaam toezien hoe gepraat wordt over een aparte regeling voor het noorden van het eiland.
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekent uitstel van het zelfbestuur. De leider van de Ierse Partij roept alle Ieren op om het Koninkrijk te helpen in deze zware tijden door dienst te nemen in het leger. Hoewel veel Ieren aan die oproep gehoor geven is er ook forse tegenstand, ook binnen de Ierse Partij. Die tegenstand is vooral te vinden in de paramilitaire afdeling van die partij, de Irish Volunteers.
Ook de republikeinen hebben een eigen militaire organisatie, de Irish Republican Brotherhood (IRB). De leiders van die beweging sluiten zich ook aan bij de volunteers en volgen daarbinnen hun eigen agenda.
Een aparte rol speelt de kleine socialistische partij. Onder leiding van James Connolly probeert deze partij de strijd voor onafhankelijkheid te combineren met de strijd voor een socialistische revolutie. Ook deze partij heeft eein eigen militaire afdeling, de Irish Citizen's Army.
Padraigh Pearse, de belangrijkste leider van de IRB, weet Connolly tot samenwerking te bewegen. Op 24 april 1916, Paasmaandag, gaan beide groepen over tot de bezetting van een aantal belangrijke panden in Dublin. Zij vestigen hun hoofdkwartier in het Hoofdpostkantoor (GPO) aan O'Connelstreet. Pearse leest daar de proclamatie voor waarbij de Republiek Ierland wordt uitgeroepen.
Algemeen wordt aangenomen dat de leiders zelf wisten dat hun actie in militair opzicht kansloos was. De opstand was na zes dagen voorbij. Waarschijnlijk gokten de leiders er op dat hun actie voldoende zou losmaken om op korte termijn toch tot het gewenste doel te komen. De manier waarop de Engelsen reageerden, alle leiders werden geëxecuteerd, heeft er zeker toe bijgedragen dat de opstand postuum heeft bereikt wat zij voor ogen hadden.
[bewerk] Verdeling
Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was de Home Rule opgeschort. De Paasopstand had het verzet tegen die wet in Ulster alleen maar versterkt. Voor de protestanten betekende Home Rule: Rome Rule.
Bij de algemene verkiezingen in november 1918 werd Sinn Féin verreweg de grootste partij, zij behaalde 73 zetels, tegen 26 voor de Unionisten in Ulster. De oude Ierse partij werd vrijwel weggevaagd. De leden van Sinn Féin weigerden plaats te nemen in het parlement in Londen en vormden hun eigen parlement in Dublin: Dáil Éireann.
In de loop van 1919 werd het steeds onrustiger. Steeds vaker werden er aanslagen gepleegd op Britse doelen. De Britten reageerden daarop met vergeldingsacties door het inzetten van troepen: de beruchte Black and Tans. De gewelddadigheden bereikten een hoogtepunt met The Burning of Cork. In Ierland zelf staat deze periode bekend als de Ierse onafhankelijkheidsoorlog.
In 1920 nam het Britse parlement een wet aan waarbij het eiland in tweeën werd gedeeld. Het noorden kreeg eigen zelfbestuur en behield een nauwe band met Londen. In het zuiden kwam een eigen parlement in Dublin, waarbij Zuid-Ierland een status zou krijgen vergelijkbaar met Canada en Australië.
De verdeling van het eiland was voor veel Ieren onacceptabel. Ook de status, waarbij een band bleef bestaan met Londen, ging velen niet ver genoeg. De wet werd daarom niet geaccepteerd en de onrust groeide uit tot een ware onafhankelijkheidsstrijd.
In het voorjaar van 1921 brak bij een aantal kopstukken van Sinn Féin het besef door dat langs militaire weg hun doel niet bereikt zou worden. Dat leidde tot vredesbesprekingen die in december resulteerden in een verdrag.
Door dat verdrag werd het zuiden de facto onafhankelijk, de Vrijstaat, hoewel er in naam een band met Londen bleef bestaan. Het verdrag betekende echter ook dat het zuiden akkoord ging met de creatie van een protestantse staat Noord-Ierland waarin de grote katholieke minderheid bewust tot tweederangs burgers werd gemaakt.
[bewerk] De Vrijstaat
De nieuwe staat kende een moeilijke start. Binnen Sinn Féin bestond grote tegenstand tegen het verdrag met Engeland. De tegenstanders van het verdrag onder leiding van Éamon de Valéra stichtten een eigen partij: Fianna Fáil. Het geschil liep zo hoog op dat feitelijk gesproken kan worden van een burgeroorlog. Een van de voornaamste slachtoffers was Michael Collins een veteraan van de Paasopstand.
Militair gezien kon de anti-verdragspartij de strijd niet winnen, politiek gezien echter wel. Fianna Fáil is sindsdien altijd de grootste politieke kracht in de Vrijstaat, en later de Republiek geweest. Partijleider De Valera zou van 1932 tot 1948 onafgebroken de functie van Taoiseach vervullen.
[bewerk] Na de Tweede Wereldoorlog
Hoewel Fianna Fáil zich zelf beschouwde als de meest republikeinse partij werd de Republiek in 1949 uitgeroepen door de coalitieregering onder John A. Costello. Daarmee werden ook formeel de laatste banden met Groot-Brittannië verbroken.
{{{afb_links}}} | Geschiedenis van Europa | {{{afb_rechts}}} | {{{afb_groot}}} |
---|---|---|---|
Geschiedenis van: Albanië - Andorra - België - Bosnië en Herzegovina - Bulgarije - Cyprus - Denemarken - Duitsland - Estland - Finland - Frankrijk - Georgië - Griekenland - Hongarije - Ierland - IJsland - Italië - Kroatië - Letland - Liechtenstein - Litouwen - Luxemburg - Macedonië - Malta - Moldavië - Monaco - Montenegro - Nederland - Noorwegen - Oekraïne - Polen - Portugal - Roemenië - Rusland - San Marino - Servië - Slovenië - Slowakije - Spanje - Tsjechië - Turkije - Vaticaanstad - Verenigd Koninkrijk - Wit-Rusland - Zweden - Zwitserland |