Hudson Motor Car
Van Wikipedia
De Hudson Motor Car Company bouwde Hudson en een aantal andere merken automobielen in Detroit, Michigan, van 1909 tot 1957.
De naam "Hudson" komt van de heer J.L. Hudson, warenhuisondernemer en stichter van het Hudson's warenhuis, wie beschikte over een noodzakelijk kapitaal. Eén van de belangrijkste personen van het vroege bedrijf was Roy Chapin Sr, een jonge stafmedewerker die had gewerkt met Ransom E. Olds (de zoon van deze Chapin, Roy Jr, zou later voorzitter van Hudson-Nash' nakomeling American Motors Corp. in de jaren '60 zijn).
Het bedrijf had een aantal primeurs voor de autoindustrie, waaronder dubbele remmen, het gebruik van van de dashboardoliedruk- en generator waarschuwingslampjes, en de eerste uitgebalanceerde trapas. Deze stond de Hudson 6-in-lijn motor (De Super Six, 1916) toe om bij een hogere rotatiesnelheid te werken terwijl deze vlot blijft, en meer kracht ontwikkelt voor zijn grootte dan laag-toerige motoren. De meeste Hudsons hadden tot 1957 6-in-lijn motoren. Het dubbele remsysteem gebruikte een secundair mechanisch systeem (handrem) dat de achterremmen activeerde wanneer het pedaal voorbij het normale bereik van het primaire systeem rijkte; een mechanische 'emergency brake' werd ook gebruikt. Hudson gebruikte ook een oliebad en 'cork clutch' mechanisme dat zowel duurzaam als vlot bleek te zijn.
Bij haar piek in 1929, werden er 300.000 auto's binnen één jaar geproduceerd (Hudson en Essex gecombineerd), hierbij zitten ook de bijdragen van andere fabrieken van Hudson in België en Engeland. Hudson was de derde grootste de autofabrikant van de V.S. dat jaar, na de Ford Motor Company en Chevrolet.
Inhoud |
[bewerk] Essex & Terraplane
In 1919 introduceerde Hudson de Essex merklijn van auto's; de lijn was oorspronkelijk bedoeld voor een prijs-bewuste groep kopers, die werden ontworpen om te concurreren met de Ford Motor Company en Chevrolet, in tegenstelling tot de duurdere en luxere auto's van de Hudson reeks. Essex behaalde groot succes door één van de eerste betaalbare auto's met een ingesloten passagierscompartiment aan te bieden.
In 1932 begon Hudson het proces om haar merknaam Essex voor de moderne merknaam Terraplane te wijzigen. Voor 1932 en 1933 werden de gere-stylede auto's Essex-Terraplane genoemd; vanaf 1934 werd dit Terraplane, tot 1938 wanneer de naam werd gewijzigd in Terraplane Hudson 112. Hudson begon ook met het assemblerend van auto's in Canada, hier werden de auto's in fabrieken in Tilbury en Ontario gebouwd.
Een optionele accesoire op een aantal modellen van Hudson en Terraplane tussen 1935-1938 was een op de stuurkolom gemonteerde elektrische versnellingkiezer en een elektromechanisch automatisch schakelsysteem, ook wel bekend al de 'Electric hand'(elektrische hand), die door het bedrijf Bendix werd vervaardigd. Dit nam de plaats in van de op de bodem gemonteerde verschuivingshefboom, maar vereiste conventionele koppelingsacties. De auto's die met dit systeem werden uitgerust beschikten ook over een conventioneel schakelsysteem dat bestond uit knoppen onder het dashboard, deze konden worden uitgetrokken en worden ingezet wanneer de 'Electric hand' het ooit zou begeven. Hudson bood tevens begin jaren '30 een optioneel vacuüm-aangedreven automatische koppeling aan.
[bewerk] 1936-1942
In 1936, vernieuwde Hudson haar auto's, en introduceerde een nieuwe 'radiale veiligheidscontrole' / 'ritmische rit' vering welke de flexibele vooras veerde door het gebruik van twee stalen staven, in combinatie met twee bladveren. Door deze methode kon men langere en zachtere bladveren gebruiken, en verhinderden het bewegen van de auto door hobbels en remmen. De '36 Hudsons waren ook aanzienlijk ruimer dan concurrerende auto's - Hudson claimde een binnenruimte van 145 kubieke voet, en vergeleek deze met de ruimte van 121 kubieke voet in de grootste typen van andere populaire auto's. (Volgens de metingen van de Environmental Protection Agency (EPA) bereikte de imposante Chrysler LHS slechts een binneruimte van 126 kubieke voet. Met het toepassen van de optionele gebolde achterklep, konden de Hudsons 21 kubieke voet aan bagage opslaan (de Chrysler LHS; 19), hoewel dat wel een optimistische meting zou kunnen zijn geweest. De motoren van 1936 waren krachtig voor die tijd, met een vermogen van 93- tot 124pk. De modellen van 1939 sloten zich aan bij andere Amerikaanse auto's in het gebruik van een aan de stuurkolom gemonteerde versnellingspook. Dit resulteerde in meer ruimte voor passagiers op de voorbank. Dit bleef de standaard tot de jaren '60, wanneer de kuipstoelen in mode kwamen. Voor 1940 introduceerde Hudson een onafhankelijke voorophanging en een 'true center-point' besturing op al zijn modellen, een belangrijke vooruitgang in prestaties bij auto's in dit prijsgamma. In 1942, wellicht het antwoord op de Hydra-Matic automatische transmissie van General Motors, introduceerde Hudson haar 'Drive-Master' systeem. Dit systeem was een verfijndere combinatie concepten die in de 'elektrische hand' en de automatische koppeling werden gehanteerd. Men kon met een druk op de knop kiezen uit 3 verschillende aandrijvingen; 1. Standaard, met een manuele bak; 2. Manueel schakelen met automatische koppeling (semi-automaat); 3. Volautomaat. Deze opties werden door een groot en zeer ingewikkeld mechanisme verwezenlijkt. Wanneer er gekoppeld werd aan een automatische overdrive, werd het 'Drive-Master' systeem bekend als 'Super-Matic'. Het 'Drive-Master' systeem werd aangeboden door Hudson door in het modeljaar van 1950. In 1951, toen GM haar Hydra-Matic beschikbaar maakte aan alle andere automerken, verving Hudson haar Drive-Master en Super-Matic met de Hydra-Matic.
[bewerk] 1942-1945
Zoals bevolen door de Federale overheid, hield Hudson's autoproductie op van 1942 tot 1945 om over te gaan op het vervaardigen van oorlogsmateriaal tijdens de Tweede Wereldoorlog, met betrekking tot het maken van vliegtuigendelen, scheepmotoren en luchtafweerkanonnen. De motor van de Hudson 'Invader' was op veel landingsvaartuigen gemonteerd welke op D-day, 6 Juni, bij de invasie van in Normandië 1944 werden ingezet.
[bewerk] 1946 - 1954
In 1948 lanceerde het bedrijf hun "step-down" carrosseriën, deze werden tot modeljaar 1954 geproduceerd. De term step-down verwijst naar de plaatsing van het passagierscompartiment binnen de constructie van het kader; de passagiers stapten 'in' een vloer die door het kader van de auto werd omringd. Het resultaat was niet alleen een veiligere auto en groter passagierscomfort, maar door een lager zwaartepunt eveneens een uiterst goed handelbare auto. In die tijd zouden bijna alle autofabrikanten dit systeem gaan gebruiken om auto's te ontwikkelen.
Hudson's sterke, lichtgewichtcarrosseriën, gecombineerd met zijn hoog-koppelige zes-cilinder motortechnologie maakte het bedrijf van 1951-1954 Hornet Nascar kampioen. Enkele door Hudson in de jaren '50 behaalde Nascar records staan vandaag de dag nog steeds ("eg" opeenvolgende wint in één raceseizoen). Later werden deze auto's succesvol binnen het Dragracen waarbij het gewicht (kracht-gewichtsverhouding) in hun voordeel heeft gewerkt. Hudsons genoten zowel in de NHRA proeven als op lokale dirttrackraces succes ver in de jaren '60 (vandaag de dag blijft Hudson snelheidsrecords vestigen in hun klasse in Bonneville, op de zout vlakten van Utah.)
Zoals veel andere kleinere Noord-Amerikaanse autofabrikanten, ondervond Hudson in de jaren '50 dat het steeds moeilijker werd om met de 'Grote Drie' te concurreren (Ford Motor Company, General Motors Corporation en de Chrysler Corporation). Deze grote bedrijven konden zich constante ontwikkeling en het het veranderen van ontwerpen veroorloven, zodat hun modellen elk jaar nieuw leken, terwijl de kleinere fabrikanten zich slechts geleidelijke veranderingen konden veroorloven. De bouw van het de eenheidscarrosserie van Hudson en de eens zo innovatieve "step-down", was naast sterk en innovatief, ook moeilijk en duur te herontwerpen. Na de dure en onaantrekkelijke Jet compact car-lijn van het bedrijf welke er niet slaagde om kopers in het tweede opeenvolgende jaar te vergen, werd Hudson 'verworven' door Nash-Kelvinator (oprichters van Nash Motors|Nash en Nash Rambler|Rambler auto's in 1954).
[bewerk] AMC Hornet
In 1970, deed American Motor Company (AMC) de modelnaam "Hornet" herleven voor haar nieuwe reeks compacte auto's (de AMC Hornet).
[bewerk] Filmauto's
Hudsons zijn in vele films gebruikt, waarbij de meest belangrijke titels zijn: Driving Miss Daisy, en The Notebook. In 2006, gebruikte Pixar de fameuze Hudson Hornet als "Doc. Hudson", een teruggetrokken raceauto, in de geanimeerde film Cars.
[bewerk] Gallery
[bewerk] Zie ook
![]() |
Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen kunt u vinden in de categorie Hudson vehicles van Wikimedia Commons. |