Tandjesgras
Van Wikipedia
Tandjesgras | |||||||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() |
|||||||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
soort | |||||||||||||||||||
Danthonia decumbens (L.) DC. |
|||||||||||||||||||
![]() Bloeiwijze |
Tandjesgras (Danthonia decumbens (L.)DC. syn. Sieglingia decumbens (L.)Bernh.) is een overblijvende plant die behoort tot de Grassenfamilie. De plant komt van nature voor in Europa en Noordwest-Afrika.
De plant vormt dichte, harde pollen en wordt 15 tot 60 cm hoog. De gladde stengels kunnen liggen, opgaan of rechtop staan. De van boven grijsdonkergroene en van onderen glanzende bladeren en bladschede zijn gewimperd. Het tongetje bestaat uit een gewimperde haarrand. De jonge bladeren zijn gevouwen langs de middennerf.
Tandjesgras bloeit in juni en juli met een aarachtige of trosachtige bloeiwijze. De lichtgroene of iets violette aartjes bestaan uit 3 tot 5 bloemen. De kelkkafjes zijn langer dan de bloemen. Het onderste kelkkafje is 7 mm en het bovenste 6 mm lang. Het onderste, 4,8 mm lange, langs de randen gewimperde kroonkafje heeft aan de top drie tanden, vandaar de naam tandjesgras en in het Duits Dreizahn (drietand). Het bovenste kroonkafje is 3,5 mm lang.
De vrucht is een graanvrucht met een mierenbroodje, waardoor het door mieren wordt verspreid.
De plant komt voor op voedselarme grond langs heidepaden, in blauwgraslanden en duinvalleien.
[bewerk] In andere talen
![]() |
Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen kunt u vinden op de pagina Danthonia decumbens op Wikimedia Commons. |