Antony Hegarty
Van Wikipedia
Antony Hegarty (Chichester, Engeland, 1971) is een zanger en componist, geboren in Engeland maar voornamelijk opgegroeid in de Verenigde Staten. Hij is het best bekend als de leadzanger van Antony and the Johnsons.
Antony is de zoon van een ingenieur en een fotografe, die nooit langer dan een paar jaar op dezelfde plek bleven wonen. Antony verhuisde veel en woonde als zesjarige enige tijd in Amsterdam. In 1981 vestigde het gezin zich in Californië in de Verenigde Staten en ook daar verhuisden zij veel.
Antony was in zijn jeugd geïnteresseerd in Britse synthpop en zangers als Marc Almond en Boy George. De laatste was een belangrijk rolmodel voor Antony, die als tiener worstelde met zijn seksuele identiteit en zich gesterkt wist door de positieve wijze waarop Boy George uitdrukking gaf aan androgynie.
In 1990 vertrok Antony naar New York City in de overtuiging dat daar zijn dubbelzinnige seksuele aanleg, homoseksueel en androgyn, meer geaccepteerd zou worden. Hij begaf zich in het avant-garde nachtleven waarin homoseksualiteit en travestie een belangrijke rol speelden en richtte samen met Johanna Constantine het cabarettheatergezelschap Blacklips op. Hij schreef musicals, acteerde in experimentele toneelstukken en verzorgde musicale intermezzo’s in de programma’s van de Blacklips.
De experimentele Britse muzikant David Tibet hoorde een demo van Antony en bood hem een platencontract bij Durtro aan. In 2000 verscheen het debutalbum Antony and the Johnsons. In hetzelfde jaar verscheen Antony in de film Animal Factory (2000) van Steve Buscemi. Lou Reed, die gecharmeerd was van Antony’s aparte ‘vrouwelijke’ stem, vroeg hem voor zijn Edgar Allen Poe-project The Raven (2003). Antony zingt op het album de popklassieker Perfect Day.
In 2005 verscheen het tweede album van Antony and the Johnsons, getiteld I am a bird now. Dit album werd onderscheiden met de Mercury Music Prize: een jaarlijkse prijs voor de beste Britse en Ierse muziek. De Kaiser Chiefs, die getipt werden als winnaar maar naast de prijs grepen, vroegen zich openlijk af of Antony wel als een Britse artiest mocht worden gezien. Later boden zij excuses aan voor de suggestie dat de prijs wellicht onverdiend door Antony gewonnen was.