Beroepsgeheim
Van Wikipedia
Het beroepsgeheim is de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen. Het wordt ook wel zwijgplicht genoemd. Het gaat daarbij vooral om vrije beroepen. Het beroepsgeheim geldt niet, als de betrokkene al of niet schriftelijk toestemming geeft om aan derden inlichtingen te verstrekken. Het beroepsgeheim voor artsen en andere medische hulpverleners is geregeld in art. 457 van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek en in art. 88 van de wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Schending van het beroepsgeheim is bovendien strafbaar (art. 272 Wetboek van Strafrecht). Het is geen absoluut recht, omdat het op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen door de rechter kan worden doorbroken. Aan het beroepsgeheim is voor een aantal beroepen het verschoningsrecht verbonden, het recht om vragen van een rechter niet te behoeven te beantwoorden.
Het beroepsgeheim geldt momenteel in de meeste westerse landen. De beroepen waarvoor het geldt zijn onder meer:
- medici, artsen en verpleegkundigen
- advocaten
- notaris
- accountants
- priesters
- katholiek, oudkatholiek, orthodox
- voor protestante geestelijken geldt het niet in de zin van het biechtgeheim, omdat protestanten geen biecht in de katholieke zin kennen
- paramedici
- tolken.
- journalisten; in Nederland werd bijvoorbeeld de journalist Koen Voskuijl door de rechtbank gegijzeld wegens zijn weigering om mededelingen aan de rechter te doen.
[bewerk] Reden
Het beroepsgeheim dient ervoor te zorgen dat deze professionals ongehinderd hun werk kunnen doen, en dat hun cliënten vrijuit kunnen spreken.