Moeraskers
Van Wikipedia
Gewoon barbarakruid | |||||||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
Soort | |||||||||||||||||||
Rorippa palustris |
De moeraskers (Rorippa palustris) is een in West-en Midden-Europa algemeen voorkomende soort eenjarige, zelden meerjarige soort waterkers. De moeraskers groeit op natte tot vochtige standplaatsen, met een stikstof houdende bodem. Het is vandaag de dag een zeer wijd verspreide plant, die in grote delen van Miden- en west Europa voorkomt.
De Nederlandse naam moeraskers komt overeen met de wetenschappelijke soortaanduiding palustris= moeras.
De plant wordt 20 tot 60 cm hoog. De rechtopstijgende stengel groeit op een penwortel en is in het bovenste deel vaak vertakt. De stengel is kantig en kaal, al kan het onderste deel kort behaard zijn.
De bloemen hebben vier kleine, slechts 2 a 3 mm grote, bleekgele kroonblaadjes. De kelkbladen zijn even lang als de kroonbladen. De bloeiperiode loopt van juni tot september/oktober.
De onderste bladeren zijn gesteeld. De bladen zijn veerdelig tot veerspletig, met een grote eindslip.
[bewerk] Ecologie
Ze is voedselplant voor de larven van het oranjetipje (Anthocharis cardamines) en het klein geaderd witje (Pieris napi).
Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen kunt u vinden op de pagina Moeraskers op Wikimedia Commons. |