Cox's Orange Pippin
Van Wikipedia
Cox's Orange Pippin is een kleine, bleekgroene appel , die bij het rijper worden geelgroen met oranje-rode blos en strepen kleurt. Van dit ras zijn vele kleurmutanten bekend. De vruchten hebben een sterk eigen aroma, het zogenaamde Cox's-aroma. Het vruchtvlees is tamelijk vast. Cox's Orange Pippin kan voor het maken van appelsap gebruikt worden.
Het ras is in Engeland vermoedelijk ontstaan uit een kruising van Ribston Pippin met Cox's Orange Pippin en in 1850 in de handel gebracht.
Cox's Orange Pippin kan geplukt worden vanaf half september tot begin oktober en kan onder speciale omstandigheden (ULO-bewaring) tot half april bewaard worden.
- Kleurmutanten
- Cox la Vera: meer rood gekleurd dan Cox's Orange Pippin
- Red Cox: helder tot donkerrood
- Queen Cox: meer rood gekleurd dan Cox's Orange Pippin
- Korallo: donkerrood
- Ziekten
Cox's Orange Pippin is vatbaar voor stambasisrot (Phytophthora cactorum) en zeer vatbaar voor vruchtboomkanker (Nectria galligena). Dit ras is tamelijk tot zeer vatbaar voor meeldauw (Podosphaera leucotricha), middelmatig vatbaar voor schurft (Venturia inaequalis) en vatbaar voor vruchtrot.