Dar al-islam
Van Wikipedia
Dar al-islam (Ar: دار الإسلام vertaald: huis der vrede) is een begrip uit de islam dat 'huis van de islam' betekent. Deze term werd gebruikt en wordt soms nog gebruikt voor de landen die onder moslimse heerschappij vallen.
De tegenovergestelde term is dar al-harb, het huis van oorlog, alle gebieden buiten de moslimse heerschappij. Binnen de zogenaamde dar al-islam gold een bepaalde mate van godsdienstvrijheid en een speciale status voor de mensen van het Boek. Tegenwoordig spelen beide concepten geen rol meer.
De tweedeling is niet algemeen aanvaard en een eenduidige definitie is niet meteen voorhanden. Zo zijn de criteria waaraan een geografisch gebied moet voldoen om tot de dar al-islam te worden gerekend nergens vastgelegd. Bijgevolg is er behoorlijk wat discussie, zowel binnen als buiten de gemeenschap der gelovigen, over het juiste gebruik van deze termen.
Dit verschil in opvattingen heeft in de fiqh geleid tot het ontstaan van aanverwante termen en verdere indelingen zoals dar al-ahd (huis van het bestand), dar ad-dawa (huis van de uitnodiging), dar al-kufr (huis van het ongeloof) en dar al-amn (huis van de veiligheid). Daarbij kent elk van deze termen zijn specifieke onstaanscontext en (betwistbare) definitie.
De term Dar al-islam is niet terug te vinden in de Koran of de hadith. Om die reden gebruiken sommige hedendaagse moslims de term voor het gebied waar zij in vrijheid hun godsdienst kunnen beleiden.
De Omajjaden voelden het als een religieuze plicht de dar al-islam uit te breiden. Doordat Mekka en Medina als hoofdstad niet centraal lagen in het nieuwe, islamitische rijk werd Damascus als politieke hoofdstad aangesteld door Moe'awija I.