Kruis van Verdienste
Van Wikipedia
Door de Nederlandse Regering in Londen werden bij Koninklijk Besluit van 20 februari 1941 enige nieuwe onderscheidingen ingesteld. Een daarvan is het Kruis van Verdienste dat was bestemd voor Nederlanders en buitenlanders, die zich "in het belang van de Nederlandse staat in verband met vijandelijke actie door moedig en beleidvol optreden hebben onderscheiden". Aanwezigheid aan het werkelijke front is voor dit Kruis dus geen vereiste.
De onderscheiding is vaak verleend aan Engelandvaarders en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten.
De onderscheiding was al sinds de Korea oorlog niet meer verleend, maar in 2007 werden 5 militairen onderscheiden. Voordrachten voor het Kruis van Verdienste worden beoordeeld door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen van het ministerie van Defensie. De minister van Defensie doet de voordracht aan de Koningin, die het Kruis van Verdienste bij koninklijk besluit toekent.
Sinds 1941 hebben 2088 mensen het Kruis van Verdienste ontvangen.
Uitvoering: een vierarmig rechthoekig bronzen kruis met daarop een gekroonde " W" binnen een lauwerkrans die op de armen doorloopt. Op de keerzijde staat " voor verdienste" gegraveerd.
Het kruis is bevestigd aan een 37 millimeter breed lint van 'Nassaus blauw' met in het midden een 6 millimeter brede verticale streep oranje. De bevestiging van het kruis aan het lint wijkt sterk af van alle andere onderscheidingen. Deze hangen aan een ring. Het Kruis van Verdienste hangt aan een zware beugel.
Wanneer het Kruis van Verdienste een tweede maal wordt toegekend,draagt men het metalen cijfer '2' als gouden gesp op het lint van het Kruis van Verdienste. Bij een derde verlening wordt het cijfer een '3' en zo verder. Een bijzondere bepaling in het Koninklijk Besluit is artikel 8: "In bijzondere gevallen is de Bevelhebber der Nederlandsche Strijdkrachten bevoegd het Kruis van Verdienste onmiddellijk toe te kennen aan een militair onder zijn bevel, indien deze militair zich op het slagveld in verband met vijandelijke actie door moedig en beleidvol optreden heeft onderscheiden en daarmede het belang van het Koninkrijk heeft gediend."
Prins Bernhard der Nederlanden had dus het recht om deze onderscheiding te verlenen.