Spontane generatie
Van Wikipedia
Spontane generatie (Generatio spontanea), ook wel abiogenese van Aristoteles, autogenese of heterogenese genoemd, wil zeggen dat het leven vanzelf ontstaan is. Aristoteles nam spontane generatie dagelijks waar. Het bewijs vond hij in de waarnemingen dat palingen en vliegen uit kadavers te voorschijn kwamen, muizen uit het graan en bladluizen uit dauwdruppels.
In 1668 toonde Francesco Redi echter aan, dat alleen levende vliegen verantwoordelijk waren voor de vliegen uit kadavers. Hij vulde een paar grote potten met vlees en dekte een paar ervan af. Alleen in de niet afgedekte potten 'ontstonden' maden.
Ondanks dat geloofde men tot aan de ontdekking van Louis Pasteur (1822-1895) in 1860, dat bacteriën vanzelf ontstonden. Het onderzoek van Louis Pasteur toonde echter aan, dat "niet-leven" geen leven kan genereren, maar alleen levende wezens leven kunnen voortbrengen. Hij deed een experiment waarbij hij iets verwarmde en na verhitting was er geen sprake meer van de Generatio spontanea, immers door verhitting worden de bacteriën gedood. Aanvankelijk geloofde men zijn opvattingen niet. Eén van zijn tegenstanders gebruikte als tegenargument dat Pasteur niet eerlijk had gewerkt omdat hij als katholiek tegen de Generatio spontanea was.
De klassieke opvatting van spontane generatie is volgens moderne inzichten een onmogelijkheid. Tegenover spontane generatie staat de evolutietheorie of het Christelijk geloof.