Hun als onderwerp
Van Wikipedia
Het gebruik van het woordje hun als onderwerpsvorm voor het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud (als in "Hun doen dat altijd zo") heeft zich in de afgelopen decennia snel verspreid door de Nederlandse spreektaal, althans in Nederland. Even snel heeft zich de reactie ertegen verspreid, door er in onderwijsinstellingen met klem op te wijzen dat dit "fout" is. In taalkundige termen, waar men niet van "goed" of "fout" spreekt bij woorden die algemeen gebruikelijk zijn, geldt het gebruik van hun als onderwerp als substandaard: gebruikt in een context die geen dialect is en deel uitmaakt van nagenoeg hetzelfde taalsysteem als de standaardtaal, maar niet tot de standaardtaal gerekend om normatieve redenen.
Het woordje hun is volgens de grammatica's van het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud en een persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud bij het meewerkend voorwerp; zie ook hen of hun. Na een voorzetsel en als lijdend voorwerp dient men hen te gebruiken, de onderwerpsvorm is zij.
In de spreektaal is hun al lang de voorwerpsvorm in alle gevallen - het onderscheidt tussen hen en hun leeft er niet. De onderwerpsvorm is van oorsprong zij, maar die vorm valt samen met het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud vrouwelijk. Om verwarring te voorkomen treft men vormen als zullie aan, samengesteld uit zij + lui, en hullie, uit hun + lui.
Pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw wordt de vorm hun voor het eerst opgetekend. Deze moet in precies dezelfde context gezien worden als zullie en hullie. Na de oorlog moet het zich in brede kringen verspreid hebben, al hoort men er pas in de jaren tachtig met enige regelmaat van. Opmerkelijk is dat ook oudere sprekers het overnemen. Hun is inmiddels gemeengoed in de Zuid-Hollandse stadsdialecten en wordt ook bij sprekers die zich meer aan het Standaardnederlands aanpassen (de substandaardtaal spreken, zie boven) regelmatig gehoord. Dit bracht de bekende taalkundige Jan Stroop, die in 1998 in zijn boekje Poldernederlands dit verschijnsel uitvoerig beschreef, ertoe te vermoeden dat deze vorm rond het jaar 2020 algemeen geaccepteerd te zijn. Door de sterk sociologische werking die er van het woord uitgaat - hoger opgeleiden gebruiken het minder of leren het (weer) af - is deze voorspelling echter twijfelachtig.