Johannes de Jong
Van Wikipedia
Johannes (Jan) Kardinaal de Jong (Nes (Ameland), 10 september 1885 - Amersfoort, 8 september 1955) was een Nederlandse aartsbisschop, kardinaal en metropoliet.
Hij ontving zijn priesteropleiding aan de seminaries van Culemborg en Rijsenburg. Hij werd in 1908 tot priester gewijd en studeerde daarna te Rome waar hij promoveerde in de wijsbegeerte (1910) en in de godgeleerdheid (1911).
Van 1911 tot 1914 was eerst kapelaan te Amersfoort en daarna conrector van de Zusters van O.L. Vrouw in die plaats. In 1914 werd hij hoogleraar kerkgeschiedenis aan het seminarie Rijsenburg. In 1935 werd hij coadjutor van de aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht, mgr. Joannes Jansen. In 1936 werd hij benoemd tot aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht waarmee hij eveneens metropoliet werd van de Nederlandse kerkprovincie. Na de oorlog werd hij in februari 1946 door paus Pius XII tot kardinaal benoemd.
In de periode dat De Jong hoogleraar was kwam zijn standaardwerk Handboek der Kerkgeschiedenis tot stand. Het werd een verplicht studieboek op de priesteropleidingen in Nederland en in het Nederlandse taalgebied in België. Gedurende de Tweede Wereldoorlog gaf hij samen met dominee K. Gravemeijer, leiding aan het kerkelijk verzet tegen de Duitse bezetter. In 1951 moest hij vanwege zijn zwakke gezondheid zich terugtrekken uit het bestuur van het aartsbisdom. Tot zijn coadjutor werd Bernard Alfrink benoemd. De Jong trok zich terug in Amersfoort waar hij in 1955 overleed. Alfrink volgde hem op als aartsbisschop.
[bewerk] Externe link
Voorganger: Johannes Jansen |
Aartsbisschop van Utrecht 1936-1955 |
Opvolger: Bernardus Alfrink |