Lijst van Griekse en Latijnse begrippen in de biologie
Van Wikipedia
Hieronder staat een lijst van in de biologie gebruikte Griekse en Latijnse begrippen. Er is ook een lijst van Latijnse spreekwoorden en uitdrukkingen en een Lijst van Latijnse begrippen.
[bewerk] A
- alba, albus; wit
- angularis; hoekig
- arcturus; noordelijk
- argentatus; zilverachtig
- astriata; niet gestreept
- aurea; goudgeel
- australis; zuidelijk
[bewerk] B
- barbatus; met een baard
- bella; mooi
- bengalensis; uit India
- duo; twee
- borealis; noordelijk
- brachy; kort
- breviceps; met een stompe kop
[bewerk] C
- candidus; grijswit
- carbo; koolstof
- cauda; staart
- caudatus; met een staart
- cephalus; kop, hoofd
- chloro; groen
- coeruleus; blauw
- -cola; zwervend
- communis; gewoon, algemeen
- cristatus; kamvormend
- cyano; cyano, blauwgroen
[bewerk] D
- dactylus; teen
- deca; tien
- dermis; huid
- di-; twee
- diplo-; dubbel
- dodeca; twaalf
- dolicho-; verlengd
- domestica/us; huislijk
- dorsalis; achterzijde
- dulcis; zoet
[bewerk] E
[bewerk] F
- familiaris; gewoon, algemeen
- flavus, fulvus; geel
- flora; bloem
- folium, folius; blad
- fragilus; zwak
- fuscus; donkerbruin
[bewerk] G
- gaster; buik
- gigantea,giganteus; zeer groot
- glycis; zoet
- grandis; groot
- gularis; keel
- guttata; traanvormig
[bewerk] H
- halo; zout
- hecta; honderd
- hemi; half
- hendeca; elf
- hepta; zeven
- heptaconta; zeventig
- hexa; zes
- hexaconta; zestig
- hibernicus; uit Ierland
- hortensis; tuin
[bewerk] I
- icosa; twintig
- ii; vernoemd naar
- incana; grijs
- indicus; uit India
[bewerk] L
- lateralis; flank, zijkant
- lati; breed
- leucus; wit
- lineatus; met strepen
[bewerk] M
- macro; groot
- maculata/us; gevlekt
- major; groot
- maritima; in of bij de zee levend
- mauro-; donker
- maximus; grootste
- melanus; zwart
- micro; klein
- minimus; kleinste
- minor; kleiner
- modesta; schuw
- mono-; enkel, één
- montanus; uit de bergen
- morph(os); vorm
- mutabilis; variabel
[bewerk] N
- niger, nigro; zwart
- nona; negen
- nothos; bastaard, foutief
- notos; zuidelijk
- novaehollandiae; uit Australië
- novaeselandiae; uit Nieuw-Zeeland
- noveboracensis; uit New York
[bewerk] O
- obscurus; donker
- occidentalis; westers
- octa; acht
- octaconta; tachtig
- oeos-; buisvormig
- officinalis; medicinaal
- orientalis; oostelijk
- ornata; sierlijk
- ortho-; recht
[bewerk] P
- pachys; dik, stomp
- parva/us; klein
- pedi; voeten
- pelagius; uit de oceaan
- peltatum ; schildvormig
- penta; vijf
- pentaconta; vijftig
- petra; stenig, rotsig
- phyllo/um; blad
- phyton; plant
- pictus; gestipt
- platy; plat
- protos; eerste
- pteron; vleugel
- pulchra; mooi
- pumila,pumilus; dwerg
- punctatus; gespikkeld
- punctulata; met kleine vlekjes
- pusilla; klein
[bewerk] Q
- quatro; vier
[bewerk] R
- rhiza; wortel
- rhytis; gerimpeld
- robur; zacht
- rostra; bek
- rubra; rood of heet
- rufus; rood
[bewerk] S
- sativus; gecultiveerd
- saurus; hagedis(-achtig)
- scandens; klimmend
- scelis; dij
- sensu lato; in ruime zin
- sensu stricto; in smalle zin
- sinensis; uit China
- stoma; opening, mond
- striata/us; gestreept
- sylvi; wild
[bewerk] T
- tetra-; vier
- tetraconta; veertig
- tinctorius; verfstof
- tomentosus; pluizig
- tri; drie
- trich-,thrix; haar
- triconta; dertig
[bewerk] U
[bewerk] V
- variabilis; variabel
- variegatus; veranderlijk
- ventrus; buik
- venusta; zoet
- verrucosus; met een ruwe huid
- viridis; groen
- volans; vliegend
- vulgaris,vulgare; algemeen, gewoon