Gebruiker:LocusBeatus
Van Wikipedia
-
-
-
- ontwerp voor lemma Zbigniew Herbert
-
-
Zbigniew Herbert (Lwów (Poolse Oekraïne), 29 oktober 1924 - Warschau, 28 juli 1998) was een invloedrijk Pools dichter, essayist en toneelschrijver. Hij was een van de meest bekende en vertaalde Poolse schrijvers.
Inhoud |
[bewerk] Biografie
Eén tak van zijn familie kwam naar Pools Galicië vanuit het Verenigd Koninkrijk. Zijn grootvader was docent Engels en zijn vader vocht voor de Poolse bevrijding in de Poolse Legioenen.
In 1938 begon Herbert aan zijn studie aan het Gimnazjum im. Kazimierza Wielkiego in Lwów. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voegde hij zich bij de verzetsgroep Armia Krajowa en volgde clandestien onderwijs. In 1944 verhuisde hij van Lwów naar Krakau, dat in 1939 door de Russen was geannexeerd, in 1941 ingenomen werd door Hitler, om na de machtsverdeling in Jalta weer in Russische handen te komen. In Krakau studeerde Herbert aan de Academie voor Schone Kunsten en later aan de Handelsschool. In 1947 vertrok hij naar Sopot, aan de Baltische kust, en later naar Toruń waar hij rechten studeerde en – buiten de universiteit om – college liep bij de filosoof Henryk Elzenberg (1887-1967). In 1950 verhuisde Herbert naar Warschau om filosofie te studeren. Tijdens deze periode leverde hij ook bijdragen aan het oppositionele katholieke weekblad Tygodnik Powzechny (Algemeen Weekblad).
Gedurende de jaren vijftig hield Herbert zich in leven met allerlei baantjes, onder andere als redacteur van een tijdschrift voor de handel, bankemployé, ontwerper van sanitair en verkoper. Na de communistische 'dooi' werkte hij van 1963 tot 1968 als redacteur voor het tijdschrift Poezja ("Poëzie"). Van 1955 tot 1983 was hij lid van Zwiazek Literatow Polskich (Poolse Literaire Bond).
Herbert’s eerste gedichten verschenen in 1950 in het tijdschrift Dzís i jutro en het al genoemde weekblad Tygodnik Powszechny [1]. Zijn eerste poëziebundel, Struna swiatla ("Een snaar van licht") werd pas in 1956, na de 'dooi', uitgegeven, en werd positief ontvangen. In de bundel zijn zowel echo’s te horen van de avant-gardistische poëzie van Julian Przybos (1901-1970) als van de zogenaamde tweede avant-garde, het ‘catastrofisme’, waarvan Czeslaw Milosz een van de inspirators was - deze was ontstaan onder invloed van de crisis van de jaren dertig. Herbert weigerde zich, dit in tegenstelling tot veel tijdgenoten, te conformeren aan de literaire gelijkschakeling van de literatuur door het communistische regime. Naast de echo’s van het ‘catastrofisme’ is bij Herbert nog een ander geluid te horen: dat van de schatplichtigheid aan de klassieke cultuur. Herbert benadert deze erfenis kritisch, hij wil weten wat deze nog kan betekenen voor een tijd waarin “[a]lle fundamentele waarden van de Europese cultuur ter discussie worden gesteld […]. De dialoog met het verleden […] kan, maar hoeft niet een vlucht uit het heden, teleurstelling te betekenen. Want wanneer wij […] op reis gaan in de tijd, met al onze bagage aan ervaring, wanneer wij de mythen, symbolen en legenden onderzoeken op wat er nog geldig aan is – dan kan men toch moeilijk ontkennen dat dit een actieve onderneming is.”[2]
In 1957 verschijnt al een tweede bundel, Hermes, pies i gwiazda (“Hermes, de hond en de ster”). De bundel is zeer omvangrijk – ruimt 100 pagina’s in de Nederlandse vertaling – en valt twee delen uiteen: een deel poëzie en een deel poëtisch proza. De (ultra)kort prozawerkjes, oorspronkelijk bedoeld voor een aparte bundel, werden door Herbert zelf bajeczki, ‘kleine fabels’ of ‘korte sprookjes’ genoemd [3]. De poëzie en het proza verschillen niet zozeer in thematiek als wel in toon: de grotere distantie tussen de spreker en het vertelde in het proza biedt bijvoorbeeld meer ruimte voor polemiek.
In 1958 maakt Herbert een rondreis door Europa, waarbij hij Frankrijk, Engeland, Italië en Griekenland bezocht, die drie jaar later zijn weerslag vindt in de essaybundel Barbarzyńca w ogrodzie (‘Een barbaar in de tuin’). In 1961 verschijnt Studium przedmiotu (“Een studie van het voorwerp”), een bundel die centraal staat in Herbert’s werk. Net als de vorige bevat deze bundel naast poëzie ook korte prozateksten, die deel uitmaken van het geheel: poëzie en proza wisselen elkaar af. Hier wordt pas goed duidelijk wat Herbert’s poëtische program is: hij wil de verbeelding gebruiken om de medemens naderbij te komen, ander lijden te begrijpen, de wereld te leren kennen die buiten hem ligt – niet om nieuwe werelden op te roepen.
Ondertussen is het politieke klimaat in Polen verslechterd. In 1968 vindt er een anti-semitische hetze plaats en stapt Herbert als protest uit de redactie van het tijdschrift Poezja. Hoewel Herbert zich openlijk over deze ontwikkelingen uitsprak, liet het regime hem met rust omdat men ervan uitging dat zijn poëzie slechts een beperkt publiek bereikte. Daarnaast verbleef Herbert in deze tijd veel in het buitenland.
In 1964 ontvangt hij een stipendium van de [Ford Foundation]] en in 1970-71 doceerde hij moderne Europese literatuur aan de universiteit van Berkeley, waar Milosz op dat moment hoogleraar was. Rond deze krijgt Herbert de nodige kritiek van de jongere generatie dichters: hij zou te passief, te pessimistisch, te zeer op het verleden gericht zijn. Deze kritiek verstomde toen in 1974 Pan Cogito (“Meneer Cogito”) verscheen. Meneer Cogito is een man van deze tijd, een tijd waarin de grote verhalen hun geldigheid verloren lijken te hebben, na de cataclysmen van twee wereldoorlogen en een gedeeld Europa. In weerwil van zijn naam (cogito = ik weet) gebruikt meneer Cogito niet zijn intellect om de wereld te benaderen. Concepten, algemeenheden, abstracties helpen ons niet de wereld beter te begrijpen. Ook hier is de verbeelding een ‘instrument tot medeleven’. Meneer Cogoito wil zich de wereld niet toeëigenen, maar probeert over de grenzen van zijn eigen wezen de wereld te te leren kennen. Zijn aandacht richt zich niet uitsluitend tot mensen: ook foto’s, voorwerpen, historische of fictieve personages behouden zijn aandacht. Bij dit alles is hij zich bewust van zijn eigen, kleine, plaats in de wereld. Het slotgedicht ‘Meneer Cogito’s opdracht’ wordt in de daarop volgende jaren een publieke ‘klassieker’, een morele steun voor de opstand tegen het communistische regime.
Eind jaren zeventig verblijft Herbert in Berlijn, in 1981 keert hij terug naar Polen, waar stakingen in de havens en de opkomst van de verboden vakbond Solidarność (‘solidariteit’) een breed gedragen opstand tegen het regime aankondigen. Hij is bang dat de situatie uit de hand zal lopen. En dat gebeurt ook: het regime voert de staat van beleg in en Solidarność wordt, na korte tijd toegelaten te zijn, weer verboden. In deze periode ontstaat de bundel Raport z oblezonego miasta (“Rapport uit de belegerde stad”) (1983). In 1987 vertrekt Herbert naar Parijs, waar vele Polen hun toevlucht zoeken. Daar verschijnt in 1990 de bundel Elegia na odejscie (“Elegie op het heengaan”). In 1992, na de val van de Muur, terug naar Polen, naar Warschau. Hij is dan al ernstig ziek. De bundel Rovigo verschijnt. Het polemische gedicht ‘Chodasevitsj’ veroorzaakt grote opschudding. Het blijkt hier niet te gaan om de bekend Russische emigrédichter, maar om de op dat moment bekendste dichter van Polen, Czeslaw Milosz, die in 1980 de Nobelprijs voor de Literatuur ontvangen had.
Herbert is in de jaren negentig zeer actief in het Poolse publieke debat. Zijn openbaar uitgesproken anti-communistische opinies zijn aanleiding tot controverse. Hij schrijft een open brief aan president Lech Walesa over de zaak van kolonel Ruszard Kuklinski (1994) en aan president Dzjochar Dudajev van Tsjetsjenië, die hij moreel ondersteunt. In een befaamd interview voor Tygodnik Solidarnosz (en in talrijke andere artikelen) bekritiseerd hij niet alleen de Ronde Tafel akkoorden en het openbare leven tijdens de Derde Poolse Republiek (III Rzeczpospolita), maar beschuldigt ook enkele vooraanstaande personen als Czeslaw Milosz en Adam Michnik, die volgens hem persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de huidige situatie in Polen. Deze uitspraken lokken menige aanval uit die zelfs na zijn dood voortduurden. Tot op zekere hoogte spelen deze controverses nog steeds een belangrijke rol in het publieke debat in Polen (2006). Begin 1998 verschijnt zijn laatste bundel, Epilog burzy (“Epiloog van het onweer”). Op 28 juli 1998 overlijdt Herbert in Warschau.
[bewerk] Herbert in Nederland
Herbert had een bijzondere band met Nederland. Zijn belangstelling ging met name muit naar de beeldende kunst: de grote meesters uit de Gouden Eeuw. Hij lijkt aangetrokken te zijn door het vermogen van de realisten een tastbare werkelijkheid te scheppen, haar trouw aan concrete vormen en gebaren (“Drie studies over het realisme). Tegelijkertijd creëert zij zij een ideële, geënsceneerde, werkelijkheid (“Een gemeubileerde kamer). Essays over de Nederlandse cultuur en schilderkunst verschenen in Martwa natura z wedzidlem (“Stilleven met breidel”, 1993). Vanaf 1970 bezocht Herbert Nederland een aantal malen, onder andere als gast bij Poetry International.
[bewerk] Poëtica
Zijn werk wordt gekenmerkt door een 'reflexief-intellectueel' perspectief, met nadruk op de menselijke waardigheid tegen de achtergrond van de geschiedenis, waar deze meestal niet meer is dan een onbeduidend radertje in de machine van het lot. Hij gebruikt vaak elementen uit de mediterrane cultuur in zijn werk. In de moderne poëzie stond Herbert semantische transparantie voor. In lezing, gegeven tijdens een conferentie georganiseerd door het tijdschrift Odra, zei hij: "Hoewel ik dus geen aansprak maak op onfeilbaarheid, maar alleen mijn voorkeur aangeef, zou ik willen zeggen dat in de huidige poëzie de gedichten die me het meest aanspreken, die zijn waarin ik iets onderscheid wat ik een eigenschap van semantische transparantie (een term afkomstig uit Husserl's logica) zou willen noemen. Deze semantische transparantie is kenmerkend voor een teken dat uit het volgende bestaat: dat, gedurende tijd dat het teken gebruikt wordt, de aandacht op het betekende object gericht is, en het teken zelf de aandacht niet trekt. Het woord is een venster op de werkelijkheid."
[bewerk] Noten
- ↑ Een viertal gedichten uit deze periode zijn opgenomen in de postume bundel vertalingen Memento van Gerard Rasch (zie bibliografie)
- ↑ Waarom de klassieken. In: Raster 82, 1998, pp. 79-84.
- ↑ The Prose Poetry of Zbigniew Herbert: Forging a New Genre. In: The Slavic and East European Journal, vol 28, nr 1, 1984, p. 77
Bronnen: Engels Wikipedia artikel over Herbert, inleiding bij Verzamelde gedichten.