Plantaardige cel
Van Wikipedia
Een plantaardige cel bestaat van buiten naar binnen uit een celwand, een membraan, een laagje cytoplasma en een grote, centrale ruimte die gevuld is met water en opgeloste stoffen: de vacuole. In het cytoplasma bevinden zich celorganellen zoals bladgroenkorrels en mitochondriën.
De celwand is altijd doordrenkt met water, behalve in uitgedroogde plantendelen. Het vacuolevocht heeft doorgaans een hogere osmotische waarde vergeleken met de celwand. Hierdoor dringt er water uit de celwand door de membraan naar de vacuole: (osmose). Het gevolg is dat de cel wordt opgepompt en er een overdruk ontstaat (turgor). Hieraan verlenen veel planten(delen) hun stevigheid. (Men kan de cel vergelijken met een opgepompte voetbal. De binnenbal staat voor het cytoplasma, de buitenbal voor de celwand. De lucht in de bal staat voor het vacuolevocht.)
Plak je op willekeurige wijze een aantal voetballen aan elkaar, dan heb je een model voor een eenvoudig plantaardig weefsel (parenchym). Tussen de ballen zal veel ruimte zitten. Die is er in plantaardige weefsels ook. Zij worden intercellulaire ruimten genoemd en zijn doorgaans gevuld met lucht.