Andrija Artuković
Van Wikipedia
Andrija Artuković (Ljubuski, 29 november 1899 - Zagreb, 16 januari 1988) was een Kroatisch extreem-rechts politicus, die nauw betrokken was bij de genocide op joden, Sinti, Roma, Serviërs en andere minderheden in de 'Onafhankelijke Kroatische Staat' (NDH). Zijn bijnaam luidde 'De Joegoslavische Himmler'.
[bewerk] Betrokkenheid moord op Joegoslavische koning
Andrija Artukovic studeerde in de jaren twintig en vroege jaren dertig in een Franciscaans klooster in Siroki Brijeg in Bosnië en Herzegovina. Hij leidde een nationalistische opstand in de Velebit bergen in de jaren '30. Om aan een arrestatie te ontsnappen vluchtte hij naar Groot-Brittannië. Hij sloot zich aan bij de Ustasa-Beweging. Vanuit Groot-Brittannië was hij betrokken bij het voorbereiden van een aanslag op koning Alexander I van Joegoslavië. Na de (geslaagde) aanslag werd hij gearresteerd, maar spoedig weer vrijgelaten.
[bewerk] Rol in de genocide
Na de Nazi-invasie in Joegoslavië in april 1941 werd hij door Ustasa-leider '(Poglavnik)' dr. Ante Pavelic benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken in de 'Onafhankelijke Kroatische Staat' (NDH). In die functie gaf hij nog in 1941 bevel om 4000 Serviërs uit Siroki Brijeg weg te voeren naar concentratiekampen, waaronder het bekende Kroatische kamp Jasenovac. Ook was hij betrokken bij de oprichting van de Kroatische concentratiekampen.
[bewerk] Na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog vluchtte Artukovic samen met Pavelic, aartsbisschop Saric e.a. Ustasa naar Oostenrijk. Artukovic viel in handen van de Britten, maar werd spoedig vrijgelaten. Daarop vertrok hij naar de Verenigde Staten (1948). Joegoslavië, dat inmiddels wist waar Artukovic zich bevond, vroeg om zijn uitlevering. Een Amerikaanse rechter bepaalde dat Artukovic in de VS kon blijven omdat hij 'het fysiek niet aankon om terecht te staan in Joegoslavië' (!) Meer dan twintig jaar later, in 1986, werd hij uiteindelijk alsnog uitgeleverd aan Joegoslavië, waar hij terecht stond en ter dood werd veroordeeld. Het vonnis werd niet uitgevoerd omdat hij in het gevangenisziekenhuis overleed.