Van Wikipedia
Berthold van Zähringen (-Limburg bij Weilheim, 1078) was een zoon van graaf Berthold III in de Breisgau en Liutgard van Nellenburg. Na de dood van hertog Koenraad III van Karinthië verkreeg Berthold door keizerin Agnes, het hertogdom Karinthië en het markgraafschap Verona. In Karinthië kon hij zijn gezag moeilijk laten gelden, maar door zijn bezittingen in Zwaben, speelde hij een belangrijke politiek rol. Na de verbanning van Hendrik IV, koos hij, zoals de andere Zuid-Duitse vorsten, partij voor tegenkoning Rudolf van Rheinfelden. Hendrik IV droeg daarop Karinthië over op Liutpold van Eppenstein, en liet Berthold op de rijksdag van Ulm veroordelen als hoogverrader.
Berthold was gehuwd met:
- Richwara , dochter van graaf Herman IV van Babenberg, of van hertog Koenraad II van Karinthië
- Beatrix van Pfirt (-1092), dochter van Lodewijk in de Sundgau,
en werd vader van:
- Herman I van Baden (1074)
- Gebhard, bisschop van Konstanz (-1110)
- Liutgard (-1119), gehuwd met markgraaf Diephold II van Vohburg (-1078) en met graaf Ernst I van Grögling-Hirschberg
- hertog Berthold II van Zwaben (-1111)
- Richinza van Spitzenberg, gehuwd met Frickingen en met Lodewijk van Sigmaringen (-1092).