Vrijmetselarij in België
Van Wikipedia
De vrijmetselarij schoot voor het eerst wortel op Belgische bodem in de 18e eeuw. De geschiedenis van de vrijmetselarij objectief weergeven is moeilijk, daar vele en belangrijke bronnen ontoegankelijk zijn voor niet-vrijmetselaars. Zeker over de eerste beginjaren bestaat veel speculatie.
Inhoud |
[bewerk] Geschiedenis van de vrijmetselarij op Belgische bodem
[bewerk] Voorgeschiedenis
![]() |
[bewerk] Onstaansgeschiedenis
![]() |
[bewerk] De Oostenrijkse periode
![]() |
De geschiedenis van de vrijmetselarij in de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik begint in de achtiende eeuw.
De vrijmetselarij zelf gaat er prat op dat de oudste vrijmetselaarsloge op Belgische bodem reeds in 1721 in het Henegouwse Bergen en in 1730 in het Vlaamse Gent en het Henegouwe Doornik zijn ontstaan. Documenten om deze beweringen te bewijzen bestaan echter niet.
In 1738 verschijnt een Franse vertaling van een vrijmetselaarsgeschrift van de hand van Samuel Pritchard in onze contreien.
Historische bronnen bevestigen dat in het jaar 1943 een eerste loge wordt opgericht in Brussel onder de naam L'Égalité.
Vanaf 1740 werden er verschillende loges opgericht door buitenlandse militairen of burgers, die in België vertoefden, uit Engeland en Frankrijk voornamelijk. Deze personen hebben op eigen initiatief loges opgericht hier ten lande zonder mandaat van een buitenlandse obediëntie. Het staat aldus historisch vast dat deze loges voor korte, of langere tijd bestonden. Naast Brussel waren er loges actief in Philippeville (1744), in Namen (1747), in Antwerpen (1749), in Luik (ca. 1749), in Bergen (1748), in Ieper (ca. 1756) in Kortenberg (1756) en wellicht ook in Oostende (ca. 1746).
In 1763 werd te Gent voor het eerst een loge, Le Candeur, opgericht die erkend werd door een obediëntie, het Grootloge van Holland. Deze obediëntie was reeds in 1756 opgericht. In 1765 werd een tweede Gentse loge, La Bienfaisante, eveneens erkend door het Grootloge van Holland. In 1764 werd de Aalsterse loge La Discrète Impériale erkend met nummer 278 door de Grand Lodge of England.
In het prinsbisdom Luik ontstond de eerste vrijmetselaarsloge in 1749 onder de naam La Nymphe. In 1760 werd de Vrijmetselarij verboden door de toenmalige Prinsbisschop. Zijn opvolger, François-Charles de Velbrück, was zelf vrijmetselaar en beschermde de orde, wat tot gevolg had dat ook priesters lid werden van de vrijmetselarij.
In 1765 wordt de Zuidelijke Nederlander François Markies de Gages ingewijd in de Bergense vrijmetselaarsloge La Vraie et Parfaite Harmonie. Als intimus van de Franse prins Louis de Bourbon-Condé, grootmeester van de historische Grand Loge de France, werd hij in 1776 benoemd tot Grand maître provincial et inspecteur général des loges rouges et bleues pour les provinces de Flandres, de Brabant et de Hainaut . Op deze wijze trachtte hij de onafhankelijke loges onder zijn gezag te groeperen en te doen aansluiten bij Grand Loge de France. De Bergense loge La Vraie et Parfaite Harmonie zou een belangrijke rol spelen bij dit proces. Maar vanuit de Franse moederloge bestond er weinig animo voor het project en slechts weinig loges sloten zich aan. Verder introduceerde de Gages de hogere gradenvrijmetselarij in onze contreien.
Concurrentie ondervond de Gages verder van de Fransman Jean de Vignoles, die toentertijd door de Oostenrijkse Nederlanden reisde. Hij was Provincial Grand Master for the Foreign Lodges, die voor rekening van de Grandlodge of England de ontluikende vrijmetselarij op het vasteland opvolgde. Hij was hugenoot en contactman voor Nederland, Duitsland en de Oostenrijkse Nederlanden. In 1763 gaf de Vignoles samen met J.P. Dubois, die secretaris van het Grootoosten der Nederlanden was, een boekje met vrijmetselaarsliederen gepubliceerd onder de titel La lyre maçonne. Enkele loges die waren opgericht met een Engelse constitutiebrief sloten zich aan bij de Provincial Grand Logde for the Foreign Lodges, samen met enkele andere loges. Maar ook zijn initiatieven waren geen onverdeeld succes.
Echt succesvol begon men slechts te worden vanaf het moment dat beide heren besloten samen te werken. De Gages verliet het Franse kamp en sloot zich aan bij het Engelse kamp van de Vignoles. De samenwerking had succes. Op 17 december 1769 werd tussen beide grootmeesters een akkoord bereikt en een maand later werd de François de Gages Provincial Grand Master for the Austrian Netherlands, een provincie van de Grand Lodge of England.
Onmiddellijk sloten zich een paar loges aan, met name La Discrète Impériale in Aalst, La Constante Union in Gent en Les Frères Réunis in Doornik. Ze werden kort daarop gevolgd doorLa Constante Fidélité in Mechelen, L’Heureuse Rencontre en L’Union in Brussel. In 1779 waren dit reeds negen loges geworden. In 1786 waren er 26 loges lid van de Provinciale Grootloge.
De Luikse loges verkozen in grote getale hun onafhankelijkheid te bewaren, en weigerden zich aan te sluiten bij de Provincial Grand Lodge for the Austrian Netherlands. Enkele loges sloten zich aan bij de Grand Orient de France, die ondertussen de Grande Loge de France was opgevolgd.
Tot 1780 was Karel van Lorreinen landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden namens keizerin Maria-Theresia van Oostenrijk. Hij liet de vrijmetselarij ongemoeid. Toen keizer Jozef II van Oostenrijk in 1780 aan de macht kwam hervormde hij dramatisch de vrijmetselarij, ook hier ten lande. Vanuit een verlicht rationalisme verbood hij in 1784 alle confrèrieën en godvruchtige genootschappen en verving deze door één centrale Confrèrie van de universele liefdadigheid. De loges waren hiervan het slachtoffer. Hij verbood in 1785 lidmaatschap van een loge bij een buitenlandse obediëntie, schafte de hoge gradenvrijmetselarij af en beperkte het aantal vrijmetselaarsloges tot drie loges te Brussel. Deze maatregelen waren een zware tegenslag voor de ontwikkeling van de prille vrijmetselarij in de Zuidelijke Nederlanden.
Van de ongeveer 90 loges die bestaan hebben gedurende de 18e eeuw in de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik bestond meer dan de helft maar voor korte tijd. Slechts 38 loges konden langer dan drie jaar ononderbroken werken. Slechts 16 loges konden tien jaar of langer bestaan: in Aalst (1), Antwerpen (1), Bergen (2), Bouillon (1), Brussel (3), Doornik (1), Gent (1), Luik (3), Luxemburg (1), Mechelen (1) en Namen (1).
Deze 18e-eeuwse vrijmetselaars behoorden hoofdzakelijk tot de gegoede middenklasse, de kleine adel en de burgerij. Loges die voornamelijk recruteerden uit andere sociale klassen werden niet erkend door de Provinciale Grootloge voor de Oostenrijkse Nederlanden.
Alhoewel de moederobediëntie Engels is, staan de loges in de Zuidelijke Nederlanden toch bloot aan Franse invloed. Na de oorspronkelijke erkenning en oprichting door de Engelse grootloge, wordt naar Frankrijk gekeken voor verdere inspiratie en ontwikkeling. De contacten met de continentale, Franse loges, waren frequent. Geen wonder dat ook bij ons de hoge-gradenvrijmetselarij zeer populair werd.
[bewerk] De Franse periode
![]() |
In 1789 brak het verzet uit tegen het bewind van keizer Jozef II van Oostenrijk in de provincies Brabant, Vlaanderen en Henegouwen, en een jaar later ook in Antwerpen, Namen, Limburg en Luxemburg. De opstand mislukte. Na de Slag van Fleurus in 1794 waren de Oostenrijksers definitief verdreven en namen de Franse revolutionairen hun plaats in.
Bij het begin van de Franse bezetting van de Zuidelijke Nederlanden en Luik in 1794 stond de vrijmetselarij in de Oostenrijkse Nederlanden op een laag pitje. Van de drie loges die werden toegestaan in Brussel bestond er nog slechts één, Les Vrais Amis de L'Union. Veel loges hadden noodgedwongen elke activiteit moeten staken. Onder het Franse revolutionaire regime kende zij een eerste grote bloei. Slapende loges werden heropgericht, zoals de Gentse loge La Constante Union in 1809 of nieuwe loges werden opgericht.
In 1798 werd door een groep Franse militairen en ambtenaren de Brusselse loge Les Amis Philanthropes opgericht. Deze loge zou zich ontwikkelen tot spilfiguur in de verdere ontwikkeling van vrijmetselarij in onze gebieden.
Eind 1813 telden de negen verenigde departementen opnieuw 34 vrijmetselaarsloges. 6 hiervan waren reeds opgericht onder de Provincial Grand Logde of the Austrian Netherlands en overgegaan naar de Grand Orient de France, 28 loges werden opgericht vanuit de Grand Orient de France. Van 1795 tot 1814 maakt de geschiedenis van de Belgische vrijmetselarij dan ook integrerend deel uit van die van de Grand Orient de France. In deze tijd werd de Franse invloed op de Belgische vrijmetselarij geconsolideerd en werd de trend richting uitgesproken vrijzinnigheid ingezet.
[bewerk] De Nederlandse periode
- Zie ook het hoofdartikel: Vrijmetselarij in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
Het Noorden en het Zuiden werden in 1815 samengesmolten tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden op het Congres van Wenen. Koning Willem I der Nederlanden was vorst van de eenheidsstaat. Aldus was de rol van de Grand Orient de France structureel uitgespeeld. De Brusselse loge Les Amis Philanthropes probeerden tevergeefs een Grande Loge de Belgique op te richten. Maar dit mislukte en het Grootoosten der Nederlanden verving haar en speelde tot 1830 een centrale rol.
Het Grootoosten der Nederlanden, onder grootmeester Prins Frederik der Nederlanden, werd geherstructureerd en opgedeeld in twee provinciale grootloges. De loges van de Zuidelijke Nederlanden werden verenigd in de Grande Loge d'Administrative des Provinces Méridionales des Pays-Bas. Prins Charles de Gavere, laatste directe afstammeling van de Graven van Hoorn, werd tot provinciaal grootmeester benoemd. Voor het Noorden was Anton Reinhard Falck provinciaal grootmeester.
In de praktijk bleef een wezenlijke integratie achterwege. Dit is te wijten aan de verschillende historische, godsdienstige, taal- en cultuurinvloeden die heersten in Noord en Zuid.
Prins Frederik was zeer kritisch tegenover elke hogere gradenvrijmetselarij, en ook kritisch aangaande de christelijke symboliek die veelvuldig gebruikt werd binnen de vrijmetselarij. Vooral in het Zuiden werd dit niet gewaardeerd. Onder het grootmeesterschap van Frederik der Nederlanden zijn de landmerken steeds in ere gehouden in Noord en Zuid en vonden er, bijvoorbeeld, geen discussies plaats over politieke en religieuze onderwerpen.
De hoofdbekommernis van de Grootloge der Nederlanden was de invloed van de Franse vrijmetselarij terug te dringen in het Zuiden. In 1830 brak echter de Belgische revolutie uit. Met de onafhankelijkheid van België werd dit proces vroegtijdig gestaakt.
[bewerk] De Belgische periode
[bewerk] De Belgische onafhankelijkheid
Na de Belgische Revolutie werd op 23 februari 1833 de Grand Oriënt de Belgique opgericht onder de auspiciën van koning Leopold I van Saxen-Coburg-Gotha, die minstens 27 Loges omvatte. De grootloge werd, formeel als regulier erkend door de United Grand Lodge of England.
Alhoewel Leopold I, die ingewijd werd in het Zwitserse Bern in de loge l’Esperance, grootmeester was, heeft hij deze functie nooit officieel waargenomen. Hij had dit toevertrouwd aan baron Goswin de Stassart.
Sommige Loges zoals de Gentse loge Septentrion en Les Vrais Amis, de Lokerse loge L'Accord Parfait en de Sint-Niklaase loge L'Aménité bleven nog lange tijd trouw aan het Grootoosten der Nederlanden. In 1835 werd de Gentse loge La Félicité bienfaisante heropgericht onder het Grootoosten der Nederlanden. Het Gentse en Oost-Vlaamse orangisme bleef vele decennia nawerken.
Op 20 november 1834 ontstond onder impuls van de loge Les Amis Philanthropes de Université Libre de Bruxelles. Grootmeester Pierre-Théodore Verhaegen was de grote promotor.
In 1837 verscheen er van de hand van Kardinaal Engelbert Sterckx een schrijven gericht aan alle katholieken dat in navolging van de encycliek Mirare Vos uit 1832 het onverenigbaar was lid te zijn van vrijmetselaarslogen. Vele katholieken verlieten de loges, waaronder Félix de Mérode die in 1830 samen met Charles Rogier was ingewijd in de Brusselse loge L'Union des Peuples. Ook de eerste grootmeester, Goswin de Stassart, diende zijn ontslag in in 1841.
Er ontstond in 1837 een afsplitsing van het Grootoosten van België, door de oprichting van de Fédération Maçonnique Indépendante, die echter geen lang leven was beschoren. Reden was interne tegenstand tegen het grootmeesterschap van Pierre-Théodore Verhaegen, die geen kans onbenut liet om de vrijzinnigheid verder te verspreiden.
Er werden dan ook geen katholieken meer opgenomen in de loge. De loges werden kernen van antiklerikaal verzet.
Tussen 1834 en 1842 richtte het Grootoosten van België veertien nieuwe loges op.
Onder impuls van de vrijmetselarij werd in 1841 de Société de l’Alliance opgericht, die in 1846 zou uitgroeien tot de liberale partij. In 1847 won de Association libérale et constitutionelle de parlementsverkiezingen en werd voor het eerst een homogeen liberaal kabinet gevormd, onder leiding van Charles Rogier. De liberalen konden decennia aan de macht blijven.
In 1854 werden de statuten gewijzigd en werd artikel 135, dat de behandeling van politieke en religieuze vraagstukken verbood, geschrapt. Van een goedmoedige en filantropische gezelligheidsvereniging was de Belgische vrijmetselarij geëvolueerd tot een strijdende vrijzinnige actiegroep. Het toelaten van politieke en religieuze discussies in de tempels, was in strijd met een van de fundamentele principes, de landmerken van de vrijmetselarij.
De vrijmetselarij wad de doorslaggevende factor en initiatiefnemer van wat we paramaçonnieke organisaties kunnen noemen. In 1863 werd de onder impuls van de vrijmetselarij de vereniging La Libre Pensée opgericht, die instrumenteel was in de strijd voor burgerlijke begrafenissen. De Ligue de l’enseignement, die niet alleen opkwam voor de verdediging van het rijksonderwijs maar de volledige laïcisering wilde doorvoeren, werd in 1864 door vrijmetselaars gesticht.
In 1817 was de Suprême Counseil de Rite Écossais Ancien et Accepté opgericht om de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus te verlenen. Ook binnen het Grootoosten van België waren deze hogere graden populair. Dit is een problematisch gegeven gebleven tot 1870 toen beide obediënties tot een vergelijk kwamen. Het Grootoosten van België ging exclusief de drie symbolische graden verlenen, terwijl de Opperraad exclusief de dertig hogere graden van de A.A.S.R. zal verlenen. Deze overeenkomst bleeft bestaan tot 1959.
De oprukkende vrijzinnigheid ging verder. In 1872 schrapte het Grootoosten van België, tien jaar voor de Grand Orient de France, artikel 12 van de statuten elke verwijzing naar de Opperbouwmeester van het Heelal. Niet veel later werd de aanwezigheid van de bijbel uit de loges gebannen. Daarmee verloor het Grootoosten van België zijn erkenning door de United Grand Lodge of England. Een aantal andere buitenlandse Grootloges verbrak dan ook de vriendschappelijke relaties met het Belgisch Grootoosten, terwijl de meeste andere de contacten tot een minimum beperkten. Op het einde van de 19e eeuw verloor het Grootoosten van België definitief haar erkenning als reguliere obediëntie.
Prominente liberale politici, bijvoorbeeld Pierre Van Humbeeck en Jules Bara, bereidden binnen de loges en de liga de onderwijswet voor, die ze in 1879 in het parlement goedgekeurd kregen.
In 1880 werden de diplomatieke betrekkingen met de H. Stoel verbroken, werden een aantal fnuikende maatregelen tegen de geestelijkheid genomen
Onder de radicaal liberale regering Frére-Van Humbeeck (1878-1884) bereikte de politieke invloed van de loge een eerste hoogtepunt. De wet Van Humbeeck op het lager onderwijs bracht het land op de rand van de burgeroorlog. Bij de verkiezingen kon de katholieke oppositie de meerderheid verwerwen, en deze voor drie decennia lang behouden.
Van antiklerikaal werd de Belgische vrijmetselarij daarna gaandeweg antigodsdienstig. Deze evolutie liep parallel met het versterkt dogmatisme van de Rooms-katholieke Kerk. De pauselijke encycliek Quanta cura uit 1864, en de hierbij horende Syllabus Errorum, illustreren zeer goed deze evolutie.
Nu de Belgische vrijmetselarij geen directe regeringsmacht meer had, was er belangstelling voor interne zaken. Een actieve minderheid van de vrijmetselaars waren niet liberaal, en behoorden tot een meer radicale groep. De onbetwiste leider van de radicalen was Paul Janson, die grote belangstelling had voor sociale vraagstukken en voorstander was van het algemeen stemrecht.
In 1887 kwam het tot een open breuk met de gematigde liberalen en Janson richtte een progressieve partij op, die opkwam voor stemrecht voor alle burgers die lezen en schrijven konden, verplicht lager onderwijs, regeling van de kinderarbeid, wettelijk statuut voor de vakbonden, afschaffing van het lotingsysteem, gelijkheid van de twee nationale talen en volledige scheiding tussen Kerk en Staat. Dit programma sloot nauw aan bij dat van de in 1885 opgerichte Belgische Werkliedenpartij. Na de electorale doorbraak van de socialisten sloten vele radicalen zich dan ook aan de de BWP. Tot op heden blijft de vrijmetselarij in België gedomineerd door deze twee ideologische bloedgroepen.
De politieke en ideologische tegenstellingen hielden een grote bedreiging in voor het Grootoosten. Dank zij de modererende invloed van Goblet d’Alviella en van de militaire auditeur en maçonniek auteur Pierre Tempels kon een definitieve breuk worden vermeden. Na 1894 werden de gemoederen bedaard door bindende stemmingen over politieke en religieuze thema's in loges te verbieden.
[bewerk] De Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de maçonnieke activiteit in bijna alle loges stil gelegd.
Onder de Duitse bezetter worden wel enkele militaire loges opgericht op Belgische bodem, bijvoorbeeld loge Gral an der Schelde te Antwerpen (1914), Stern von Brabant te Brussel (1915) en Zum Eisernen Kreuz te Luik (1915).
Ook worden tijdelijk Belgische loges in het buitenland opgericht, bijvoorbeeld de loge Albert de Belgique te Londen, Nous Maintiendrons te Den Haag, La Patrie te Parijs, La Patrie n° 1 te De Panne en La Patrie n° 2 te Calais.
Deze loges verdwijnen kort na de eerste wereldoorlog, en het maçonnieke leven in België herneemt zijn werking.
[bewerk] Het Interbellum
Op 28 mei 1928 ontstond de Belgische federatie van de irreguliere internationale gemengde koepel van vrijmetselaarsloges Le Droit Humain die in 1893 te Parijs werd opgericht.
In het Interbellum wordt de vrijmetselarij zwaar gecontesteerd langs katholieke zijde en door de politieke rechterzijde. Hierin speelde Léon Degrelle en zijn partij Christus Rex een belangrijke rol.
[bewerk] De Tweede Wereldoorlog
In 1939 had het Grootoosten van België haar archief uit veiligheidsredenen overgebracht naar Londen. Wat er nog reste aan archiefmateriaal werd door de Duitse bezetter in beslag genomen en naar Duitsland overgebracht. Op het einde van de oorlog werden deze archieven door Sovjet-Russische troepen naar Moskou overgebracht.
In 1941 werden op last van de Nationaalsocialisten alle loges gesloten. Deze regel gold trouwens niet alleen voor de vrijmetselarij ook ander broederschappen en esoterische groeperingen ondergingen hetzelfde lot.
De vrijmetselaarstempels werden opengesteld voor het publiek en er werden anti-maçonnieke tentoonstellingen in georganiseerd, bijvoorbeeld in Brussel, Gent, Luik, Namen, Kortrijk, Ieper, Oostende, Brugge, Leuven en Hasselt.
Opnieuw werden Belgische loges op vreemde bodem geopend, bijvoorbeeld de loge Belgique-Luxembourg in New York en Albert de Belgique te Londen. Enkele leden van het Grootoosten van België richtten zelfs loges op in concentratiekampen, bijvoorbeeld Liberté Chérie in Esterwegen en L'Obstiné in Prenslau.
Ondanks deze moeilijke tijden bleven sommige loges in het geheim en ondergronds verder werken. Talrijke broeders werden dan ook door de Gestapo gearresteerd en enkelen stierven in de concentratiekampen.
[bewerk] Het Postbellum
Na de oorlogsjaren komt de vrijmetselarij moeilijk terug op gang. Op 4 december 1959 besluiten enkele loges zich af te splitsen van het Grootoosten van België en richten de Grootloge van België op, in een poging de maçonnieke regulariteit opnieuw te verwerven. Deze obediëntie werd in 1965 officieel erkend door de United Grand Lodge of England.
In de jaren die hierop volgden ontstonden er opnieuw interne problemen met het principe van de Grote Architect van het Universum en de Opperbouwmeester van het Heelal. De kritiek kwam uit het buitenland dat enkel lippendienst aan deze beginselen werd gedaan.
In 1974 ontstond onder Franse invloed de Grande Loge Féminine de Belgique dit resulteerde in 1981 in de Vrouwelijke Grootloge van België.
Op 15 juni 1979 scheurden zich negen loges af van de Grootloge van België om de Reguliere Grootloge van België te vormen. De Grootloge verloor haar erkenning als reguliere obediëntie en momenteel is de Reguliere Grootloge van België de enige Belgische obediëntie die wordt erkend door de United Grand Lodge of England.
Op 11 november 2006 werd te Brussel de obediëntie Lithos, Confederatie van Loges opgericht. Diverse loges, die oorspronkelijk behoorden tot Internationale Vrijmetselaarsorde Le Droit Humain, scheurden zich van deze laatste af, in een streven naar meer transparante werking, democratie en autonomie.
De situatie van de Belgische vrijmetselarij staat in sterk contrast met de situatie in de meeste andere landen van de wereld. Een kleine minderheid van de loges in België vertonen immers overeenkomsten met de meest gangbare vorm van vrijmetselarij, de zogenaamde reguliere vrijmetselarij, de zogenaamde Engelse strekking die er een deïstische visie op nahoudt. De meerderheid van de Belgische obediënties van vrijmetselaarsloges behoort tot de irreguliere vrijmetselarij, de zogenaamde Franse of adogmatische strekking. Zij bestaat in hoofdzaak uit atheïsten en agnosten die zich richten tegen het klerikale.
De invloed van de irreguliere vrijmetselarij op de Belgische politiek vanaf de 19e eeuw tot op heden is onloochenbaar. De oprichting, structurering en verspreiding van de liberale partij, de invoering van de burgerlijke begrafenis, het algemeen enkelvoudig stemrecht, echtscheiding, abortus, euthanasie en het homohuwelijk zijn maar enkele voorbeelden hiervan.
[bewerk] Obediënties
[bewerk] Symbolische graden
Er opereren minstens elf obediënties op Belgische bodem die de drie klassieke graden van leerling, gezel en meester vergeven, waarvan twee reguliere en negen irreguliere, namelijk:
[bewerk] Exclusief voor mannen
- Het Grootoosten van België (G.O.B.) is de grootste irreguliere koepel van loges, en heeft een kleine 10.000 leden in 108 werkplaatsen. Ze werd opgericht in 1833. Deze obediëntie is aangesloten bij de vrijzinnige vrijmetselaarskoepel S.I.M.P.A.
- De Grand Lodge of Scotland (G.L.S.) is een reguliere koepel van vrijmetselaarsloges. De hoofdzetel is in Schotland, maar kent ook afdelingen in België, waar ze aanwezig is aanwezig sedert 1933 en beschikt over een loge in Brussel en Antwerpen, die samen maximaal 100 leden tellen. Ze werd opgericht in 1736 en wordt erkend door de United Grand Lodge of England (U.G.L.E.)
- De Grootloge van België (G.L.B.) is een irreguliere koepel van loges en heeft naar verluidt ongeveer 3.000 leden verspreid over 60 werkplaatsen. Ze werd opgericht in 1959 als afsplitsing van het Grootoosten van België.
- De Reguliere Grootloge van België (R.G.L.B.) is een reguliere koepel van vrijmetselaarsloges. Ze telt maximaal ongeveer 1.500 logebroeders, verdeeld over 41 werkplaatsen. Ze werd op 15 juni 1979 opgericht als een afscheuring van de Grootloge van België en wordt erkend door de United Grand Lodge of England (U.G.L.E.)
- De Gran Oriente Latinoamericano is een irreguliere Latijnsamerikaanse koepel. In België heeft ze één loge, loge nummer 28 Francisco De Miranda te Aalst. Deze obediëntie is aangesloten bij de vrijzinnige vrijmetselaarskoepel C.L.I.P.S.A.S.
[bewerk] Exclusief voor vrouwen
- De Vrouwengrootloge van België (V.G.L.B.) is een irreguliere koepel van loges en telt meer dan 1.500 leden verdeeld over 34 loges. Ze werd gesticht onder meterschap van de Grande Loge Féminine de France (G.L.F.F.) in 1974. Vanaf 1981 waren er ook nederlandstalige afdelingen. Deze obediëntie is aangesloten bij de vrijzinnige vrijmetselaarskoepel C.L.I.P.S.A.S.
[bewerk] Inclusief voor mannen en vrouwen
- De internationale koepel van irreguliere gemengde vrijmetselaarsloges Le Droit Humain (D.H.) werd opgericht in Frankrijk in 1893 en kent een Belgische federatie. Deze obediëntie is actief in België sedert 1912. Ze heeft ongeveer 6.000, voornamelijk vrouwelijke, leden in 61 werkplaatsen.
- Het Grootoosten van Luxemburg (G.O.L.) is irreguliere gemengde koepel van loges en heeft een kleine 1.000 leden in 10 werkplaatsen, waarvan ook in België sedert 1999, met 2 loges in Vlaanderen en 1 in Wallonië. Ze werd voor het eerst opgericht in 1959. Deze obediëntie is aangesloten bij de vrijzinnige vrijmetselaarskoepel C.L.I.P.S.A.S.
- Het Souveräner Grossorient von Deutschland (S.G.O.v.D.) is een irreguliere gemengde koepel van loges, die werd opgericht in 2002. Zij telt 6 werkplaatsen , waarvan één in België. Dit is loge nummer 4 Lessing - Europäische Wanderloge te Brussel.
- De Gran Logia Simbólica Española (G.L.S.E.) is een irreguliere gemengde Spaanse koepel van loges. De koepel werd opgericht in 1979. In België heeft deze obediëntie één loge, nummer 4 La Luz te Gent. Deze obediëntie is aangesloten bij de vrijzinnige vrijmetselaarskoepel C.L.I.P.S.A.S.
- Lithos Confederatie van Loges is een gemengde irreguliere obediëntie, die in 2006 werd opgericht.
In 2005 tellen alle obediënties in België samen bij benadering een kleine 22.000 leden : het Grootoosten 10.000, Le Droit Humain 6.000, de Grootloge van België 3.000, de Reguliere Grootloge van België 1.500, de Vrouwengrootloge van België 1.500 en de Grootloge van Schotland 100. Dit zijn echter slechts schattingen aangezien de loges zeker in België zelfs hun ledenaantal niet publiceren. Het werkelijke cijfer zal lager liggen.
[bewerk] Hogere graden
Er opereren minstens elf korpsen op Belgische bodem, die de hogere graden toekennen:
[bewerk] Exclusief voor mannen
- De Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor België werd gesticht in 1817 en is een korps dat de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus verleend. Zij recruteert uitsluitend onder de leden van de Reguliere Grootloge van België en de Grand Lodge of Scotland.
- Het Souverein College van de Schotse Ritus voor België werd gesticht in 1960 en is een korps dat de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus verleend. Zij recruteert uitsluitend onder de leden van het Grootoosten van België.
- De Opperraad Schotse Ritus voor België werd gesticht in 1965 en is een korps dat de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus verleend. Zij recruteert uitsluitend onder de leden van het Grootoosten van België en de Grootloge van België.
- De Grote Opperraad Schotse Ritus van België werd gesticht in 1979 en is een korps dat de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus verleend. Zij recruteert uitsluitend onder de leden van de Grootloge van België.
- Het Grootkapittel van het Heilig Koninklijk Gewelf werd gesticht in 1966 en is een regulier korps dat de Royal Archgraad verleend.
- De Grootpriory van België werd gesticht in 1986 en is een regulier korps dat de drie hogere graden van de Gerectifeerde Schotse Ritus verleend.
- De Belgische Merkmeesterloges is de Belgische afdeling van de Grand Lodge of Mark Master Masons of England and Wales and its Districts and Lodges overseas dat de Mark Master Masonsgraden verleend.
- De Beneluxdevisie van de Masonic and Military Order of the Red Cross of Constantine kent twee conclaven op Belgische bodem, nummer 405 Brabo Antwerpen en nummer 434 Saintre Waudru Velaines par Celles.
- Het Internationaal Soeverein Sanctuarium - Internationale Coördinatie van de Oude en Primitieve Ritus van Memphis-Misraïm is een korps dat uitsluitend onder haar eigen leden recruteert, en de 92 hogere graden van de Oude en Primitieve Ritus Memphis-Misraïm verleent.
[bewerk] Exclusief voor vrouwen
- De Opperraad Vrouwengrootloge van België werd gesticht in 1988 en is een korps dat de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus verleend. Zij recruteert uitsluitend onder de leden van de Vrouwengrootloge van België.
[bewerk] Inclusief voor mannen en vrouwen
- De Belgische federatie van de Internationale Gemengde Koepel van vrijmetselaarsloges Le Droit Humain is een korps dat werd opgericht in Frankrijk in 1893. Zij is actief in België sedert 1912 en verleent naast de drie basisgraden ook de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus aan haar eigen leden.
De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus is veruit het populairste hogere gradensysteem in België. Historisch werd deze ritus vaak in de irreguliere vrijmetselarij gehanteerd. Daarnaast zijn er nog enkele andere systemen in zwang, die uit de Anglosaksische vrijmetselarij stammen.
[bewerk] Werkzaamheden
Over de doelstellingen en de werkzaamheden van de leden die behoren tot deze discrete genootschappen bestaat een uitgebreide literatuur. Ook op het Internet zijn talrijke sites van loges te vinden, die de doelstellingen en het streven van de vrijmetelarij nader toelichten. Vroeger was het ongewoon dat loges met een gemeenschappelijk standpunt naar buiten traden. Vandaag stellen we vast dat diverse ordes en loges stelling nemen en die stellingen in de media en op het Internet verspreiden. De meest vooruitstrevende werkplaats op dit gebied is de Achtbare Loge Georges Beernaerts[1], genoemd naar een voormalig generaal en opperbevelhebber van de Belgische Strijdkrachten en ex-Grootmeester van het Grootoosten van België. Voorts stelt de Belgische Federatie van Le Droit Humain het artikel 37, van de Europese Conventie, in vraag omdat het in tegenspraak is met de scheiding van Kerk en Staat. Le Droit Humain spoort aan voor het organiseren van een dialoog tussen de 'Kerken' en de instellingen van de Unie.
De diverse verklaringen van maçons in de media (onder andere in Knack, De Standaard, La Dernière Heure en Trends) beamen deze zienswijze. Via zoekrobots als Google zijn ook ritualen, teksten, tekens en afbeeldingen in zowat alle talen voor iedereen bereikbaar. Diverse maçonnieke sites geven trouwens een uitgebreid overzicht van hyperlinks naar andere verwante ordes en loges. Voorts zijn ook de doelstellingen van Lithos Confederatie van Loges via het Internet voor iedereen beschikbaar.
Enkele liberale loges zoals het Grootoosten en Le Droit Humain maken er geen geheim van dat het hun bedoeling is het gedrag van hun leden te bepalen ook buiten de muren van hun ‘tempel’. Aldus leest men op de webstek van de orde Le Droit Humain de volgende passage: Buiten die principes, eigen aan elke Vrijmetselarij, heeft de Belgische federatie van Le Droit Humain een paar eigen kenmerken: (…) niet willen dat de maçonnieke benadering ophoudt bij de Tempelpoort. (…) Het uitdragen van Vrijmetselaarsideeën buiten de Tempel is een persoonlijk engagement dat men in volle vrijheid en onafhankelijkheid neemt, maar waarbij men discreet blijft over de herkomst van de ideeën.
[bewerk] Caratitieve verenigingen
Onderscheid dient gemaakt tussen caritatieve vereningingen en para-maçonnieke organisaties. Zo worden onder para-maçonnieke organisaties genootschappen verstaan die de maçonnieke structuren hebben overgenomen, maar waar het gedachtengoed volledig afwijkt van het maçonnieke gedachtengoed. Voorbeelden hiervan zijn, de neo-Tempeliersorde, AMORC (Ancient Mystical Order Rosae Crucis of de neo- Rozenkruisers), de Martinisten en Ordo Templi Orientis. Wel is het zo dat in België behoorlijk wat vrijmetselaars lid zijn van zowel caratitieve, culturele als vrijzinnige kringen.
In de praktijk zijn dit bijna uitsluitend verenigingen die de vrijzinnigheid en het humanisme uitdragen.
Voorbeelden hiervan zijn:
- Humanistisch Verbond
- Het Vrije Woord
- Vereniging voor nederlandstalig vrijzinnig onderwijs
- Vrijzinnig Laïciserend Centrum
- Vrienden van de VUB
- Vrienden van De Morgen
- Oudervereniging voor de moraal
- het Lentefeest van de vrijzinnige jeugd
- Vereniging voor Crematie
- Oudstudentenbond van de VUB
- Centra voor gezinsplanning en seksuele opvoeding
- Willemsfonds
- Vermeylenfonds
[bewerk] Zie ook
- Lijst Bekende Vrijmetselaars uit België
- Geschiedenis van de Gentse vrijmetselarij
- Lijst van loges in Aalst
- Lijst van loges in Antwerpen
- Lijst van loges in Bergen
- Lijst van loges in Brugge
- Lijst van loges in Brussel
- Lijst van loges in Charleroi
- Lijst van loges in Gent
- Lijst van loges in Hasselt
- Lijst van loges in Kortrijk
- Lijst van loges in Leuven
- Lijst van loges in Luik
- Lijst van loges in Mechelen
- Lijst van loges in Namen
- Lijst van loges in Oostende
[bewerk] Externe links
- Grootoosten van België, Vrouwengrootloge van België, Grootloge van België en Belgische Federatie van Le Droit Humain
- Reguliere Grootloge van België en Grand Lodge of Scotland
- Grootoosten van Luxemburg
- Souveräner GrossOrient von Deutschland
- Lithos Confederatie van Loges
{{{afb_links}}} | Vrijmetselarij in België | ![]() |
{{{afb_groot}}} |
---|---|---|---|
basisgraden hogere graden |