Odin (god)
Van Wikipedia
Odin (Oudnoords: Óðinn, Zweeds en Deens: Oden) wordt gezien als de oppergod in de Germaanse en Noordse mythologie. West-Germaanse namen van Odin zijn Woden (Angelsaksisch en Oud-Saksisch), Wodan (Oud-Frankisch), Wuodan (Alemannisch), Wotan of Wothan (Germaans) en Guodan (Lombardisch).
De naam is verwant met óðr, in de betekenis van "geestdrift", "excitatie," "furie", "universele wijsheid" of "poëzie". Odin wordt aldus in verband gebracht met zowel wijsheid (kennis, wijsheid, poëzie en literatuur) als kracht (energie, strijd en oorlog). Odin woont in Gladsheimr maar verblijft ook regelmatig in Valaskjálf waar zijn zetel Hlidskjalf ruim uitzicht over de werelden biedt. Hij heeft daar nog een speciale hal Valhöll, met vele poorten en bedekt met schilden, waar hij alle gesneuvelde en uitverkoren strijders ontvangt.
Naast Frigg, zijn echtgenote, beminde Odin vele andere vrouwen. Tot zijn zoons behoorden Donar, Baldr en de blinde Hodr (ook wel Hod of Hodur). Met Jörd (Aarde) heeft hij een zoon Thor en met een reuzin een zoon Vidar, die hem in de eindstrijd zal wreken. Met Rind (winterse bevroren aarde) heeft hij de zoon Vali.
Inhoud |
[bewerk] Opperste kennis en wijsheid
Proza-Edda, Gylfaginning, 7:
-
-
- Odin was de meest begaafde onder hen en van hem leerden ze alle –althans de meeste- kunsten, want hij beheerste ze als eerste allemaal. En als men verklaren moet waarom Odin zozeer geëerd werd, dan was dat om de volgende redenen: als hij bij zijn vrienden zat, was hij zo mooi en indrukwekkend om te zien, dat het een ieder warm om het hart werd.
- (Ref. Snorri Sturluson – Over de noordse goden – Verhalen uit Edda en Heimskringla – Nederlandse vertaling 1983 door P. Vermeyden. ISBN 9029019018 - uitg. Meulenhoff)
-
Odin is in de Edda, het boek van het ‘weten’ van de Germanen, het levend symbool van opperste macht en wijsheid. Hij is in die hoedanigheid zelf tot stand gekomen via de reus Ymir die aspecten van een levende plant kreeg waaruit allerlei wezens groeien zoals de reuzen Bur of Borr en Bestla die zelf Odin, Vili en Ve voortbrengen.
-
-
- De laatste drie scheppen samen Midgard, een wereld waar mensen kunnen leven.
- Als materiaal daarvoor gebruiken zij de oerreus Ymir, die door hen wordt opgeofferd. (De schedel van de reus wordt het uitspansel, gedragen door vier dwergen: noord, zuid, oost en west. De hersenen worden wolken, de botten gebergten enz. Alven veranderen het bloed van de reus in water en zee, en zijn vlees in aarde en klei.)
-
Odin heeft veel gezichten en evenveel namen (in Grimnismal alleen al vijftig). Zo wordt hij ook Alvader genoemd, omdat hij één van de scheppers van de wereld is.
Hij wordt eveneens 'de wandelaar' genoemd, omdat hij altijd onderweg is en tussen de mensen aanwezig, om nieuwe kennis op te doen. Hij kan van gedaante veranderen, en beleeft aldus vele avonturen. Hij heeft niet altijd even makkelijke karaktertrekjes, want behalve wijs is hij ook tegelijk sluw.
Hij heeft een oog afgestaan aan de dwerg Mimir om van de bron van wijsheid te mogen drinken en dat ligt nu helemaal op de bodem van de bron:
-
-
- Die bron bevond zich op het gebied van Mimir, die er alle dagen van dronk en steeds tegen zichzelf schaak speelde. Odin mocht van de bron drinken, op voorwaarde dat hij er een prijs zou voor betalen. Odin zei dat hij er wel een oog wou voor afstaan waarop Mimir hem zei dat dit dan ook de prijs was die hij vroeg. Mimir was echter niet kwaadwillend, hij wou enkel aantonen dat wijsheid zijn prijs heeft. Hij verzorgde Odin dan ook zo goed mogelijk. Later, wanneer de oppergod terugkeerde naar de Asgard, werd hij vergezeld van Mimir, die voortaan de raadsheer van de goden zou zijn en regelmatig met Odin een spelletje schaak speelde. Aan dit avontuur hield Odin de naam "de Eenogige" over.
-
Kennis en wijsheid moeten de ondergang van de wereld uitstellen, want Odin weet dat hij zelf zal worden meegesleurd in de Ragnarök. Hij heeft wel macht over zijn schepping, maar niet over het noodlot dat door de Nornen wordt ineen gesponnen. In de Völuspá verhaalt de Wolwa (zieneres) hem hoe het ging en zal gaan.
-
-
- Zijn kennis van de toekomst bedrukte Odin. Hij zat ook met de vraag waar hij alleen het antwoord op wist, de Odinsvraag. En de Germaanse mythologische cyclus was begonnen met een bloedbad toen Odin en zijn broers Vili en Ve, de mensenwereld uit het lijk van de vorstreus Ymir schiepen, en zou eindigen met het bloedbad Ragnarok, waar het bloed van de reuzen zelf zou vloeien. De proloog tot Ragnarok was de dood van Odins zoon Baldr, die de goden deed beseffen dat Loki’s listigheid een verduivelde macht was geworden. Odin kan de catastrofe niet voorkomen. Zijn enige troost ligt in de wetenschap dat Baldr als oppergod vereerd zal worden in een nieuw land dat uit de oerzee zal oprijzen. Baldr komt over als een soort veredelde heruitgave van Odin: zonder zijn kleine kantjes.
-
[bewerk] Odins offer
Aldus vertelt Odin/Wodan hoe hij de runen der wijsheid verwierf:
- Negen nachten hing ik aan de boom, gewond door de speer, die aan Odin gewijd is. Mijzelf geofferd aan mijzelf.
- Hangend aan die boom, weet niemand waar de wortels zijn.
- Niemand gaf mij brood, niemand gaf mij water. In de afgrond tuurde ik om de runen te grijpen, met een luide kreet... en ik verloor het bewustzijn.
- Welbevinden was mijn beloning en ook wijsheid. Ik groeide en ik had vreugde van mijn groei van woord naar woord werd ik geleid naar woord, van een daad naar de andere.
Net als Wodan is van Odin ook bekend, hoe hij een oog offerde en juist daardoor alziend en alwetend werd.
[bewerk] God van strijd en oorlog
Odin is op vele manieren een strijder. Vooral met woorden. De woordkunst werd hoog aangeschreven in de noordse beschaving. Er was een doorgedreven debatcultuur, (waarbij de verliezer letterlijk het hoofd kwijt kon raken...).
Proza Edda, Gylfaginning, 8:
-
-
- Als hij echter ten strijde trok, leek hij afschrikwekkend in de ogen van zijn vijanden. Dat kwam omdat hij de kunst verstond om op velerlei wijze van uiterlijk en gedaante te veranderen, al naar hem zinde. Ook kon hij zo vlot en goed praten dat een ieder die ernaar luisterde, dacht dat alleen dat de waarheid was. Hij zei alles in versvorm, zoals dat heden nog in de dichtkunst gebeurt. Hij en zijn priesters heten ‘versmakers’, want zij zijn in de noordse landen met die kunst begonnen.
-
Odin is verwant aan andere Indo-Europese goden zoals Indra en Zeus. Maar bij de oude Noordse volkeren was er geen echte priesterstand, zodat de stand of kaste van edelen (en krijgers) de hoogste was. Daarom zou hun oppergod ook als god van de oorlog dienen en was die rol niet voor een ondergeschikte zoals Mars bij de Romeinen weggelegd. Volgens Georges Dumézil heeft oorlog alles gekleurd en ingepalmd in ideologie en praktijken van de Germanen.
Odin stond vooral bij de Vikingen in hoog aanzien en zijn verering bereikte een hoogtepunt in de 8e en 9e eeuw. De ruige zeelieden en plunderaars voelden zich aangetrokken tot 'de vader der gesneuvelden', die in het Walhalla de Einherjar ('roemrijke doden') huisvestte.
In deze periode kwam de eenogige Odin vermoedelijk als oppergod in de plaats van Tyr, volgens de Romeinen de hemelgod van de Noord-Europese volkeren. Ook Tyr was een oorlogsgod, maar Odin bezielde de fanatiekste krijgers. Hij kon mannen in een staat van razernij brengen, zodat ze nergens bang voor waren en geen pijn meer voelden.
Proza Edda, Gylfaginning, 9:
-
-
- Odin kon bewerken dat zijn vijanden in de slag blind, doof, of van angst vervuld werden, en dat hun wapens net zo scherp werden als bezems. Zijn mannen vochten zonder harnas en gedroegen zich als dolle honden of wolven, beten in hun schilden, waren sterk als beren of stieren. Ze doodden mensen, en vuur noch ijzer konden hen schaden. Zoiets wordt berzerkerwoede genoemd.
- (Ref. Snorri Sturluson – Over de noordse goden – Verhalen uit Edda en Heimskringla – Nederlandse vertaling 1983 door P. Vermeyden. ISBN 9029019018 - uitg. Meulenhoff)
-
Deze angstaanjagende 'berserkers' stortten zich naakt en met luid kabaal in de strijd, het lichaam geheel zwart geverfd. Ze waren een schrikbeeld voor de Romeinen. Odins naam betekent zoveel als 'razernij' of 'waanzin', en suggereert eenzelfde bezetenheid als die van de Ierse held Cú Chulainn. Uit het feit dat Odin oppergod werd, blijkt hoe belangrijk oorlogvoering voor de Germanen was geworden. Odin belichaamde overigens niet de strijdlust: hij blies die slechts bij anderen in.
Odin zaait altijd conflicten en beval Freyja eens twee vorsten elkaar naar de strot te laten vliegen, zodat hun vazallen op het slagveld door plassen bloed moesten waden.
Het bijeenbrengen van gesneuvelde krijgers in het Walhalla is de enige strategie die hij kan volgen met het oog op de godenschemering. Hij heeft de Einherjar, strijders in woord en daad, hard nodig voor de definitieve slag tegen de vorstreuzen op de Vigrid-vlakte, die bijna niemand zal overleven.
Tijdens de godenschemering wordt zelfs Odin gedood door de alverscheurende wolf Fenrir, één van de kinderen van Loki. De scheppingsgod gaat mee ten onder met zijn schepping.
[bewerk] God van magie en geneeskunde
Odin is tegelijk de god van wijsheid en tovenarij (kennis en kunde). Hij heeft bijna alles over voor wijsheid. Zozeer zelfs dat hij zijn ene oog in de bron van Mimir had geworpen in ruil voor wijsheid. Hij kreeg initiële diepe wijsheid door zich negen dagen op te hangen aan de wereldboom Yggdrasil. Door deze vrijwillige dood en de daarop volgende herrijzing (zijn zelf opgelegde initiatie tot eerste shamaan) verkreeg hij grotere wijsheid dan wie ook.
Proza Edda, Gylfaginning:
-
-
- Ódin kon van gedaante veranderen. Dan lag zijn lichaam erbij alsof het dood of ingeslapen was, en onderwijl was hij dan een vogel of viervoetig dier of een vis of een slang, en zo ging hij vliegensvlug naar verre landen om daar zijn zaken of die van anderen te behartigen.
- Ook kon hij door middel van woorden alleen vuur doven, de zee tot bedaren brengen en de wind laten waaien uit iedere richting die hij maar wilde. Hij had een schip dat Skidbladnir heette, waarmee hij grote zeeën bevoer; dat schip kon als een doek opgevouwen worden.
- Òdin had het hoofd van Mímír altijd bij zich en dat vertelde hem veel nieuws uit andere werelden. Soms wekte hij doden uit de aarde op of ging onder gehangenen zitten. Daarom werd hij ook wel Heer van de Doden of Heer van de Gehangenen genoemd. Hij bezat twee raven die hij had leren spreken. Ze vlogen de hele wereld door en brachten hem vele berichten. Door dit alles werd hij uitermate wijs. Αl deze kunsten onderwees hij in runen en liederen die `toverzangen' heten. Daarom worden de Asen ook wel `tovenaars' genoemd.
- Òdin beheerste de kunst die de meeste macht geeft, de `seidr', en beoefende die zelf ook. Daardoor kon hij het lot van de mensen en de toekomst te weten komen. Ook kon híj dood, ongeluk of ziekte van mensen veroorzaken en hen van hun verstand of kracht beroven en die aan anderen geven. Als dit soort rituelen plaatsvinden, gaat dat met zo veel seksuele uitspattingen gepaard, dat men vond dat mannen zulke rituelen niet zonder schande konden leiden, en daarom werd deze kunst aan priesteressen onderwezen.
- Ódin wist altijd waar geld in de grond verborgen zat en kende de spreuken waardoor de aarde, de bergen, de rotsen en grafheuvels voor hem opengingen, en met woorden alleen bond hij degenen die op de schatten moesten passen, ging naar binnen en nam wat hij wilde.
- Door deze krachten werd hij zeer beroemd. Ζijn vijanden vreesden hem, maar zijn vrienden vertrouwden hem en geloofden in hem en in zijn kracht. De meeste van zijn kunsten onderwees hij aan zijn priesters. Ze waren bijna even wijs en bedreven in de toverkunst als hijzelf. Vele anderen hebben er echter ook heel wat van geleerd en zo heeft de toverkunst zich ver verbreid en is lang blijven bestaan.
- De mensen brachten offers aan Ódin en aan de andere elf vorsten en ze noemden hen hun goden en lange tijd geloofden ze in hen.
- Naar Ódin wordt iemand Audun genoemd. en zo noemen de mensen hun zonen, en naar Thór heten mensen Thorir of Thórarín of worden namen als Steínthór of Hafthor afgeleid, en zo zijn er nog meer mogelijkheden.
-
-
-
- (Ref. Snorri Sturluson – Over de noordse goden – Verhalen uit Edda en Heimskringla – Nederlandse vertaling 1983 door P. Vermeyden. ISBN 9029019018 - uitg. Meulenhoff)
-
Odin laat zich verder op de hoogte houden van de ontwikkelende kennis en gebeurtenissen in de negen werelden, door zijn twee trouwe raven Hugin en Munin eropuit te sturen en hem verslag te laten komen uitbrengen.
[bewerk] Runen
Zoals eerder vermeld, hing Odin zichzelf aan de levensboom om zijn wijsheid te voeden. Eén van die dingen was het verkrijgen van de magische runen (het runen ritsen). Deze tekens bestaan uit krachtige lijnen. Dit met doel ze gemakkelijk te tekenen op rotsen, metalen of hout. De runen zouden toegang geven tot de machtige natuurkrachten. Ze worden over het algemeen Futhark genoemd. Er bestaan verscheidene variaties. Zo heb je een Angelsaksische, Deense en Zweed-Noordse variant. De dag van vandaag worden ze nog altijd gebruikt om de toekomst te voorspellen. De runen staan in verbinding met de beroemde Tarotkaarten. Zo weerspiegelt de gehangene de zelfopoffering van Odin om zijn runen te bemachtigen. Er bestaat jammer genoeg ook een sombere kant aan deze runen. Zo misbruikte Hitler ze in zijn oorlog om zijn divisies te bestempelen. Elke divisie had zijn rune. Denk maar aan de SS. De speciale opmaak verwijst eigenlijk naar de rune Sowilu. Ze staat voor succes, vitaliteit, voorspoed en populariteit.
[bewerk] Attributen
Ook beschikte hij over een achtbenig paard, Sleipnir genaamd. Sleipnir was uiteraard het snelste paard van de godenwereld. Ook de naam Yggdrasil betekent letterlijk 'felle hengst' en verwijst naar de fervente 'woede' van Odin.
Odin's bekendste attributen:
- zijn speer Gungnir, een speer die nooit haar doel mist.
- zijn ring Draupnir beide door de dwergen gesmeed. De ring brengt om de negen dagen negen gouden ringen voort.
- De raven Hugin (gedachte) en Munin (geheugen) zitten op zijn schouders. Zij zijn afkomstig van de watergod Mimir (hij die denkt). Hij was de wachter van een bron die je kennis verhoogde. Mimir eiste oog om oog, tand om tand. Dus offerde Odin zijn oog op. In ruil kreeg hij deze 2 raven erbij. De raaf is vanzelfsprekend Odins totemdier.
- Hij draagt vaak een beker in de hand, symbool van de kosmos (de ketel), waaruit hij de mede drinkt die zijn geest doet gisten en wijsheid en nieuwe kennis doet opborrelen.
- Odin loopt rond met een staf waarvan de knop voortdurend frisgroene blaren en bloemen draagt.
- Achter hem aan lopen de vraatzuchtige wolven Geri (gulzigheid) en Feki (vraatzucht) die hij voedt. Zelf eet hij niet, maar drinkt enkel de wijn.
Odin wordt ook geassocieerd met het concept van de Wilde Jacht, een lawaaierige, bulderend loeiende horde, die zich doorheen de ruimte beweegt aan het hoofd van de verslagenen (direct vergelijkbaar met de Vedische Rudra en de Maruts).
Odin deelt het Joelfeest (21 december) met de god Ull.
[bewerk] Andere namen (kenningen)
- Alfadir (alvader)
- Bolverk (onheilbrenger)
- Har (de heel hoge)
- Harbard (grijsbaard)
- Jafnhar (gelijk hoge)
- Thidi (de derde)
- Vegtam (de wegkenner)
[bewerk] Zie ook
Algemeen overzicht Germaanse goden
{{{afb_links}}} | Godheden in de Noord-Europese mythologieën | {{{afb_rechts}}} | {{{afb_groot}}} |
---|---|---|---|
Asen - Baldr - Bil - Billing - Bragi - Buri - Eir - Fjorgyn - Forseti - Freya - Freyr - Frigg - Fulla - Gefjun - Gerd - Gná - Heimdallr - Hel - Hermod - Hlín - Hnoss - Hödr - Hœnir - Iðunn - Jörd - Lofn - Loki - Máni - Magni - Modi - Nanna - Nerthus - Njördr - Odin - Ódr - Rig - Rindr - Sága - Sif - Sigyn - Sjöfn - Skaði - Snotra - Sól - Syn - Thór - Týr - Ullr - Váli - Vár - Ve - Vili - Vidar - Vör - Wodan - Wanen |